m’n reactievermogen

Ik ben stil; stil als maar zijn kan.
Stil als mier, zelfs z’n snurk hoor je niet in wintermaanden.
Ook stil als beeld, midden op plein, alles overziend, maar o zo zwijgzaam gaat-ie aan z’n eeuwigdurend verval ten onder.

Ik heb mooi gelezen, zoals mooi & oprecht slechts zijn kan. & Dat zelfs 2 keer, alsof mooi op zichzelf niet genoeg is.
Teder & aftastend, zijn de woorden die in me worden gevormd. Hoe schrijf je dat ook alweer?

De telefoon gaat, terwijl ik net besloten had nogmaals te lezen.
‘Met Ton,’ aggressief, als ‘Wat nou, mot je?’, neem ik ‘m op. ’t Volgend moment berouwvol besef ik dat ’t om de verloren handschoen gaat.

Hoe nou reageren naar mooi, & naar iets diep meegeleefd, naar 1 uur lang beelden die niet in woorden bestaan?
Reactie door lach, gierend van ’t scherm, maar remmend vóór gearriveerd.

Weg scherm.

Ik moet ’t schrijven, poging wagen, nooit geprobeerd is niks waard.
Ik neem een aanloop, diep dalen de zuchten, sta stram, loop achter, loop voor.
Hop, hop, hop. Trippelende vingers vloeien, proberen te vloeiend voelen.
Proberen voelend te vloeien.

Ach, ’t is niks. Mooi zal nooit meer zijn, niks dan 0, of + & -.

’t Is puur wat slaat in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *