Ommetjes

Ik doe aan ommetjes. Dat kan een mens beter eerlijk bekennen. Zeker als je ’t vooral doet om de punten, er geen probleem mee hebt vals te spelen om die te halen & er bovendien profijt van trekt.

Patrick kwam er mee aan in de app-groep (een woord waarvan je over 10 jaar denkt: ‘Pff, waar waren we mee bezig?’, waarbij dan waarschijnlijk ook genoteerd moet worden dat tegen die tijd ’t woord ‘ommetje’ een andere lading heeft gekregen dan tot op heden).
We (dat heet ‘ons team’, die elkaar ondertussen beconcurreert & belazert om vooral de beste van de club te zijn) hadden er al over gehoord & gelezen & wisten dat ’t een rage was.
Maar ondanks mijn ingebakken anti-hype-instelling ging ik mee.

Gister leek ik achter een vrouw aan te lopen, hoewel ik haar 500 m eerder had ingehaald. Ze stond echter plots bij een zij-ingang van ’t Oosterpark kort met iemand te praten & stopte daarmee vlak voor ik haar opnieuw kon passeren. ’t Was vreemd te constateren dat ze nu opeens sneller dan mij liep & telkens ’t pad koos waar ik ook wilde gaan.
Dat zet een mens aan ’t denken. Achter vrouwen aan lopen, daar moet je eigenlijk wel een reden voor hebben.
Aangezien ik daar geen logische verklaring voor zag, bedacht ik dat ze ook bezig was om punten te scoren. Mensen die ommetjes doen, lopen andere routes dan mensen met een ander doel & komen zo elkaar tegen. Of lopen onbedoeld achter elkaar aan.

Ik ga straten in waar ik anders nooit kom. De straatnamen probeer ik op te slaan. Wie weet heb ik daar nog iets aan.
Want alles kan efficiënter dan zoals ik m’n leven tot nu toe leid, bedenk ik mezelf dan bestraffend toe. De hersenweetjes die je met de app krijgt voorgeschoteld, de wetenschap dat je gezond bezig bent, daar moet nog een nuttigheidslapje aan gehangen worden. In dit geval straatnamen, die mijn 56-jarig lichaam al ras weer verlaten. Maar je moet je hersens bezig houden om ’t verlaten te vertragen.
Dat weetje nog niet gekregen als beloning voor 20 min wandelen.

De gedachten zijn anders tijdens de wandeling, is me opgevallen. Net zo onnozel waarschijnlijk, maar ze lijken vaak over andere onderwerpen te gaan dan voorheen.
Waarom bepaalde mensen wel hun stoep ontdoen van gladde sneeuw, maar waar de verklaring ligt dat hier in ’t stadse dat er slechts weinigen zijn. Men is deel van de massa & wil er met een sneeuwschuiver of schep niet uitspringen.
Of hoe een lekke regenpijp opeens opvalt nu ’t vriest.
& Als je naar de deuren kijkt die je passeert, gaat ’t opvallen hoeveel mensen defecte deurbellen hebben, vanwege opgeplakte zinnetjes als: ‘Bel defect: kloppen ajb’.

Dat soort onbenulligheden constateren is om je hersens op te ruimen. Dat weet Meneer Scherder van de Ommetjes-app waarschijnlijk ook wel, maar ik heb ook dat hersenweetje nog niet weten te scoren, als die er al tussen gestopt is.
’t Functioneert waarschijnlijk net als dromen tijdens slaap. Alle verbindingen in je hersenen worden even nagelopen, waarbij de boel een beetje opgeschoond wordt & zodoende beter gaat werken.
Dat is natuurlijk ook iets dat ik bedacht heb terwijl ik onderweg was. Had ik even geen aandacht voor passerende voordeuren.

Ik moet nu wel op een bepaald tijdstip opgestaan zijn. Elke ochtend sinds ik begon te ommeren gaat de wekker om 8.15. Snel alle pillen slikken, neus poederen, ogen druppelen & winterwarme kleren aan. Thee als ik last heb van naweeën van ’t snurken: een droge keel, die overigens ook veroorzaakt kan zijn door ’t laatste biertje.

Dan kom ik vlak na 9-en thuis. & Heb ik nog een hele dag met een lichaam die bereid is om dingen te doen.
Dus voer ik vogels, ruim ik wél sneeuw, neem een nieuwe mobiele telefoonprovider, neem contact met de verhuurder op om te zeggen dat ondanks corona er wel reparaties moeten plaatsvinden.

& Tijdens ’t middagommetje kijk ik of er weer een vrouw is die expres voor me uit loopt.

Maar niet elke ommetje is ‘tzelfde in Zijperspace, ook al lijken ze wel.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *