Parkeerplek

Terwijl ik over de monding van een rivier lees, hoe mensen staan te kijken waar de schepen weg vlieden in oneindig horizon, of anders links, soms rechts ervan, besef ik me dat ik daarom mijn onzekerheid ben ontvlucht.
De auto’s op ’t uitkijkpunt, diverse zelfs, op de rug van de dijk. Er is genoeg parkeergelegenheid voor de helderse burger om op de zee neer te kijken & de onstuimige wind die de golven beweegt over zich heen te laten gaan. Stilstaande auto’s, de mensen er binnenin gezeten, net zo stevig in hun stoel verankerd als de handrem die ze moet behoeden weg te waaien. Des te harder ’t waaide (woei, woei, woei) ze minder beseften dat ze zich nimmer mee zouden laten vliegen op onstuimigheid van een passerende storm.

Dat waren de dijken, verderop heb je ’t strand. Waarvan ’t bijbehorende zand zich onmerkbaar traag verplaatst, tenzij je even weg bent geweest. Dat zie je pas als je terugkomt & de bikini’s, tijdens afwezigheid opnieuw geïntroduceerd, stappen dichter richting dijk zijn gekomen. Mannetjes hun ijverig volgend; die volgzaamheid is in ieder geval niet veranderd.
’t Is bedekt dijk. Zand heeft ’t zicht erop gedeeltelijk ontnomen.

Na bezoek nam m’n vader Opa & Oma mee, nog even voor hij ze voor hun huis afzette. Zien hoe de Lange Jaap de schuimspetters van de stormgolven deed oplichten. De koplampen van de auto gingen slechts bij mooi weer uit. Om ’t spel mee te spelen.
Later Oma alleen. Dan waren de lichten, de flitsen, nog belangrijker. Waarschijnlijk ’t enige wat haar staar-ogen nog van ’t spektakel konden zien.

Je was dom als je jezelf had opgedrongen mee te rijden. Weliswaar kreeg je de plek naast chauffeur Pa toebedeeld (Opa had achterin meer ruimte voor z’n been & wandelstok, Oma – na Opa’s verscheiden – hoefde later dan niet in de riem, als ik de smoezen van Pa goed heb onthouden; de ’s middags reeds herhaalde gesprekken werden er in ieder geval korter van), maar dat gaf je nog geen vrijbrief bovenop de dijk naar buiten te gaan.
‘We gaan zo weer verder.’
Waarbij we nagenoeg geruisloos & nachtelijk blind de wind & de golven moesten genieten. Geen wild ruizend riet, geen spetters, geen golf in oor. Slechts geflikker van een spaarzaam weerspiegelende Lange Jaap.
4 Keer kort, de pauzes, 1 keer lang. Daartussenin zat de mogelijkheid om te genieten van geweld.

Daar hoefde ik niet voor in Den Helder te blijven. De onbedekte borsten van ’t strand waren naar elders vertrokken. Ik probeerde liever hen te volgen dan auto te leren rijden om stil te kunnen turen over onzichtbaar zee, met een toefje flikkerend schuim.

Pa & Ma achterin Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.