secondes

Ach, ’t ging allemaal veel sneller. Tijd is niet te bevatten. Voordat je ’t weet is er iets anders gebeurd, zijn de handelingen onvoorzien gebleken. ’t Gaat er om dat je handelt op de manier waarop je handelt. & Niet achterom kijkt.

‘TON!’ riep m’n collega, op zo’n manier dat ik wist dat ik nodig was. Dat elke seconde die ik langer in de kelder stond fataal kon zijn. ‘TON! Kom ff boven.’
& Ik kwam boven. Ik weet niet of ik nog iets in m’n handen had, op ’t moment van besluiten, maar m’n handen waren leeg toen ik bij de halfgesloten voordeur stond.
‘Gesloten? Waarom is die deur gesloten? Waarom deinzen m’n collega & dat meisje met de rugzak weg van de voordeur?’

Er bestaat geen overgang in m’n geheugen. Opeens stond ik buiten. Sommige dingen worden gewoon weggefade. Minder belangrijk. De rest neemt al te veel ruimte van je geheugen in beslag. Of overspoelt ’t onbenullige.

Voor me stonden 3 mannen tegenover elkaar. Links van me had een man 1 van onze kratten in z’n hand. Klaar om ermee uit te halen. Met z’n andere hand hield hij de man voor me vast. Door de houding die deze man aannam & de manier waarop de 3e, ½ rechts van me, zijn lichaam vasthield, was er de grootst mogelijke afstand ontstaan tussen de 2, terwijl ze elkaar wel degelijk vasthielden.
& Ze schreeuwden tegen elkaar.
Ik weet niet wat ze schreeuwden. ’t Was een mengeling van marokkaans, nederlands & engels. Ik weet niet of ze van elkaar wisten dat ze niet te verstaan waren. Ze leken te schreeuwen uit angst, zo stonden hun beider ogen in ieder geval (die 3e man hield ik niet in de gaten; is niet opgenomen in m’n geheugen).

Wat doe je op zo’n moment? Ik wist niet wat er aan de hand was. Ik wist dat m’n collega in paniek mij geroepen had, blijkbaar in de veronderstelling dat ik een oplossing voor de situatie zou weten. Dat ik de winkel wel ff zou beschermen. Maar wat ik moest doen? Wie deed wat? Waarom deed wie dat? Moest ik partij kiezen? Hoe gevaarlijk & onberekenbaar waren ze?
& Ik dacht nog veel meer dingen. Je denkt een hoop op dat soort momenten. Niemand die zo snel kan denken als ik, denk ik wel ‘ns op zulke ogenblikken. Maar eigenlijk heb ik geen tijd om die gedachte bij me op te laten komen. Een seconde is niets. Er zijn 1000 maal zoveel secondes nodig om te bevatten wat er door m’n hoofd gaat. Je zou een zeer scherp mesje nodig hebben; een zo dun mogelijk plakje van de seconde af moeten snijden & die vervolgens plat onder een microscoop moeten bestuderen; volgende plakje, enzovoorts.
& Dan ben je alleen nog maar met mijn hoofd bezig. Overal om me heen zag ik mensen kijken. Op 100 meter afstand keken er mensen naar ’t tafereel dat zich voor me afspeelde. Ik kon de regisseur zijn voor deze toeschouwers.

Opeens was er de Buurman. Stond plots tussen Man 1 met krat & Man 2 zonder krat, maar met dezelfde kwade bedoelingen & luide woorden. Buurman keek boos. Waardoor de mannen elkaar los moesten laten.
Oja, dat had ik moeten doen, dacht ik. Alleen ben ik niet zo goed in gemaakt boos kijken als Buurman.

Weer ondeelbare tellen deden zich gelden. Niemand die de tellen bij kon houden. Men kon ze alleen maar gezwind voorbij zien snellen. Zonder dat we beseften dat ze ons al gepasseerd waren.

Man 2 had met Man 3 de voorstelling verlaten. Had nog wel een keer willen uithalen naar Man 1, maar Buurman keek nog steeds boos. Man 1 mocht bijv niet aan de kratten van ons komen, vond Buurman.
Man 1 scheen dat wel te begrijpen, maar dook weg voor de blik, die echt heel goed gemaakt boos stond. In ’t wegduiken raapte hij spulletjes van de grond op.

Ik stond mezelf af te vragen waarom ik niet ingegrepen had. Was blij dat ik niet ingegrepen had. Buurman leek de situatie immers veel beter in te hebben geschat. Baalde tegelijkertijd dat ik ’t niet had gedaan. Ik was immers de aangewezen persoon om in te grijpen. Men kon toch zeker niet voor onze deur gaan vechten. Nog wel met gebruikmaking van onze spullen.
Die gedachtes duurden ook weer enkele secondes. Misschien wel ettelijke. Misschien wel enige. Misschien was er wel een minuut voorbijgegaan toen ik zag dat Man 2 terug kwam lopen.

‘Heeft iemand m’n bril hier zien liggen?’ riep-ie.
Waarop onmiddellijk een voorbijganger een bril met slechts 1 poot omhoog hield.
Dit kon wel ‘ns uit de hand gaan lopen, dacht ik toen.

Op zo’n moment lijk je alle faktoren die invloed hebben op de situatie in 1 oogopslag te kunnen overzien. In 1 tel. In 1 seconde. Maar waarschijnlijk nog minder dan die seconde, want binnen die seconde ben je al te laat.

Hij schreeuwde dat Man 1 schuldig was aan ’t molesteren van z’n bril. Maar dan in andere woorden. Dat-ie daarvoor straf had verdiend. Maar dan in andere woorden. & Toen wilde hij uit gaan halen met z’n rechtervuist. Buurman stond nog voor de rechtervuist.

De Held deed van zich spreken. Hij leek geen hinder te hebben van de vuist die onderweg was. Hij leek zich niets van vuist noch vijandigheid van beider heren te willen aantrekken.
Hij wilde alleen wat zeggen.

‘& Nou ga jij doorlopen naar waar je naartoe ging.’
& Held duwde Man 2 richting de Dam.
‘Hup, doorlopen,’ zei hij nogmaals met ondersteuning van nog een duw.
‘& Jij loopt die andere kant op,’ zei hij tot Man 1. Duwde hem de andere kant op, richting de Singel.
Lichte zetjes waren ’t. Maar effektief genoeg.
‘Doorlopen,’ zei Held nogmaals tot Man 1. ‘Hup, je gaat nu weg hier.’
& Beide mannen waren plots van ’t toneel verdwenen. Slechts Buurman & Held vingen de blikken van de 10-tallen toeschouwers. Maar beiden verdwenen al snel via de coulissen.

Want men moet immers ook nog ademhalen in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.