tuin

M’n tuin heeft een sociale funktie. Hij is er niet alleen voor mij. Ook de buren kunnen ervan profiteren. & Dat doen ze volop. Soms merken ze ’t niet eens.

Bij thuiskomst tref ik Nico, die net naar buiten wil gaan.
‘We komen elkaar de laatste tijd wel vaak tegen,’ merk ik op, ‘sinds Suze op vakantie is dan.’
‘Je hebt gelijk. Maar ik moest ook nog geen minuut geleden aan je denken.’
‘Oh?’
Dat soort opmerkingen blijven me fascineren. Mensen die plots aan me denken. & Me dan nog tegenkomen ook.

De buurman van de bovenste etage, Panos, maakte vorig zomerseizoen al ’t compliment dat mijn tuin de mooiste was van al de tuinen die hij kon zien. Vond ik wel speciaal, want hij is van griekse afkomst. Daar zijn tuinen heel anders, stel ik me zo voor. & Hij woont boven alles uit, kan alle tuinen zien.
Ze (dan bedoel ik hij & z’n vriendin) leven met m’n tuin mee, heb ik wel ‘ns ’t gevoel. Ze spreken me toe, als ik voor hun zichtbaar aan ’t keutelen ben.
‘Wat zeg je?’ als er een trein voorbijkomt.
”t Staat wel mooi, zo zonder die corniferen,’ schreeuwen ze van boven.

‘Suze!’ roep ik naar de 2e etage, ‘Suze!’
Ik zag ‘m op m’n binnenplaats terecht komen, dus zal ze me wel kunnen verstaan, want de poging ’t op te hangen is dan nog maar net geleden.
‘Ja?’ doemt haar hoofd op.
‘Zal ik je onderbroek maar in een plastic zak weer door de brievenbus gooien?’

Gek is dat. Ook al is Suze net iets jonger dan ik, ik zal dat ding nooit slipje noemen. Dat past dan weer niet, is net te intiem.

‘Ja, ik zat naar de boom in je tuin te kijken,’ vervolgt Nico, ‘& ik dacht dat die afgebroken takken, tenminste wat er van over is, die scheuren; die scheuren in ’t overblijfsel van die takken. Dat ’t wel ‘ns slecht voor die boom kan zijn. Misschien moet ’t er wel afgezaagd worden & dan een goedje overheen gedaan. Zoals die boomdokters dat ook doen.’

Ik begin meteen met zagen. Op 3 meter hoogte, door op ’t hek te gaan staan. Nico kijkt toe vanaf de 2e. Op de momenten dat m’n armen moe zijn van ’t zagen, maken we ff opmerkingen naar elkaar. Over dat die tak daarboven eigenlijk ook moet. & Dat ’t best zwaar werk is. Vooral nadat ik gister ook al heb gezaagd. & Dat ’t me best nog wel gaat lukken, maar die daarboven moet ik nog ff over nadenken. Die is best hoog & dan wordt m’n broek vies.

De tak valt in de tuin van Nienke & Edward, m’n nieuwe buren. De verkeerde kant op.
‘Nienke!’
Die zijn nog steeds druk met de verbouwing bezig, dus staat de deur de hele tijd wijdopen.
‘Nienke? Kan jij dat stammetje aangeven? Heb ik net afgezaagd. Kan ik goed gebruiken voor de afscheiding voor de katten.’

Dus vertel ik ’t hele verhaal van de katten. & De bijbehorende plannen met de boomstammetjes. & Hoe de tuin ruikt & onder kattenstront zit.

Ach, in dit soort sociaal onderhoud overdrijf je natuurlijk wel ‘ns een keer. Maar we praten in ieder geval. Of we schreeuwen, als de trein voorbijkomt. Of we houden ons mond, omdat ’t toch geen zin heeft vanwege diezelfde trein.

Ik heb veel tuin. Er groent veel & er groeit veel.

’t Wordt niet zo snel stil in zonnig Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.