Uitlaten

We gaan een rondje lopen met de honden, die beiden wat langer op bezoek zijn. Ze kennen me ondertussen. ’t Was te merken aan de manier waarop ze me daarnet bij binnenkomst begroetten. Totaal ongegeneerde genegenheid was m’n deel, zodat ik niet anders kon dan m’n menselijke reserves enigszins te laten gaan.
Ze voelen die reserves heus wel, maar ’t is alsof ze dat juist zo ongemakkelijk leuk aan me vinden.

Ieder neemt er 1 aan de riem. & Terwijl wij elkaar weer op de hoogte brengen van de status quo, tussenrapportjes overleggen, ontdekken zij de wereld opnieuw. & Opnieuw.
De neuzen worden gevuld door vele werelden, gelaagd in dimensies.
& Dan schieten ze plots wakker uit hun concentratie van ’t moment & vragen ze zich af waar wij toch mee bezig zijn & wat de weg is die ze moeten volgen.

Midas was ver voor hen mijn blindegeleidehond.
Ik wist niet waar ik stond, evenmin hoe ik me uit moest drukken. Zo had ik nog wel meer dingen toentertijd die me een geestelijke ongemakkelijkheid bezorgden die zich aan liet voelen als een handicap.
Midas liet me uit, maar ik mocht bepalen waar de weg ons heen zou leiden. & Ondanks dat de natuur mij toen nog niet in details kon boeien (was dat maar wel zo geweest, dan was de beleving minder introvert geweest), waren groen, onverhard & strand de leidraad. Dan kon Midas los & kon ik me verwonderen over wat zijn zoektochten behelsden.

Hier zijn we in ’t stadse. Als je geen hond hebt om uit te laten, is groen geen vanzelfsprekendheid. Maar de noodzaak van poep- & plasplekken doet je anders naar de indeling, de architectuur van de plattegrond, kijken. De huppeltjes van de jonge honden als de nabijheid zich doet voelen, tekent die locaties plots veel duidelijker af. Alsof ze een vriend naderen, een vertrouweling. Wellicht een wind van bekende onbekenden die hun neuzen tegemoet vlaagt.
Ontroerend als dat hun achterste in hun enthousiasme hoger doet uitkomen dan de voorkant.

Zo was Midas niet. Wellicht wel geweest, maar hij was tot brompot verworden. Toch met een evenwichtige geest. Hij kende z’n taak, meende ik toen te geloven. Ik moest ‘m er alleen niet te vaak aan herinneren. Hij was immers ook nog steeds hond. Of ik dat niet wilde vergeten.
& M’n jongere broer was er ook nog. Die had zich, in afwezigheid van de ouderen die ’t huis ontvlucht waren, de hond toegeëigend, waar m’n ouders zich dat hadden aan laten leunen, die situatie.
Ietwat ongemakkelijk toen ik terug kwam, in erbarmelijke staat.
Als er toen al mobieltjes hadden bestaan, zou ik elke dag teruggefloten zijn door m’n broer. In gezwinde pas had ik dan Midas thuis moeten brengen om hem zijn dagelijkse ronde te laten lopen. Doordat ik zogenaamd van niets wist liep ik nog even door na dat in die tijd onmogelijke belletje.

De 2 hebben ondertussen maniertjes geleerd. In ’t belang van hun veiligheid.
Maar waar wij ze vroeger ‘Naast’, ‘Lig’ & ‘Los’ bijbrachten, gaat ’t bij hun vooral om ‘Zit’ aan de rand van de stoep. Zodat wij ’t verkeer kunnen inschatten.
’t Voelt als een opluchting te zien dat ze er opgeruimd & snel aan gehoorzamen. Laten we ’t maar doen, ik kijk ondertussen alvast rond waar ik straks naartoe kan snellen, dat is ong de instelling van de 2. De 1 wat gewiekster & schijnbaar ongeïnteresseerder dan de andere. Als ’t er maar snel op zit, dat lijkt ’t belangrijkste doel.

Van Midas wist je ’t nooit. Hij was hooguit blij als m’n moeder binnen kwam, zo lijkt ’t ondertussen.
Maar die herinnering is getekend door een hoofd dat rust moest vinden. ’t Traag sjokken van hem was voldoende om in enige mate een zwaarte te bezweren. ’t Ging in ijzig langzaam tempo, maar Midas had geduld. Wat moest hij immers thuis op de bank, door geen enkel interessant geurtje getriggerd? ’t Was voor hem alleen maar winst als ’t nog lang zou duren, die toestand van mij.

De honden herkennen de deur als vanzelf. IJverig blijven ze ervoor staan hijgen. De deur floept plots open, wat hun vrolijk springen in de hal nog noodzakelijker maakt. ’t Doet niet onder voor hun komst in de buitenlucht een klein half uur eerder.
Laat ze vooral niet te snel slijten, zoals honden doorgaans in onze tijdslijn doen.

Zodat er minder angst is voor hechting in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *