verlanglijstje nr 23

Ik weet dat ik voorlopig geen verlanglijstjes hoef samen te stellen: m’n verjaardag is nog maar net voorbij & Sinterklaas laat ook nog een aantal maanden op zich wachten. M’n wensen zullen voorlopig niet worden vervuld. Toevallig heb ik eergister nog wel m’n laatste kadootje ihkv verjaardag mogen ontvangen, maar verder hoef ik zeker 7 maanden niets te verwachten.

& Toch schoot me onderstaande wens me nog maar pas te binnen. ’t Leek me noodzakelijk die toch ook kenbaar te maken. ’t Gaat nou 1maal niet om de vervulling, maar om de wens (‘niet ’t doel, maar de reis’ klinkt ook altijd in m’n hoofd als ik aan de wandel ben).

Aangewakkerd eigenlijk door de goulash die ik woensdag bij m’n ouders at. Goulash waarvan ’t vlees enkele uren had staan pruttelen. M’n moeder maakte daarom een opmerking naar Marc, die de goulash gemaakt had, over de bereiding van hachee. Over dat dat ook zo lang moest blijven staan op ’t vuur, net zo lang tot ’t vlees precies mals genoeg was.

Niemand wist hachee zo te bereiden als m’n moeder. Niet dat ik ’t op veel andere plaatsen heb gegeten, maar de smaak ervan was zo perfekt dat overtreffing bijna niet mogelijk leek.

De winter begon pas als de hachee op tafel kwam. In dat zwarte pannetje; ’t jus-pannetje werd ’t genoemd. Ik kan me niet anders herinneren dan dat er hachee in werd bereid, misschien een enkele keer een rollade, maar de pan leek slechts voor de hachee bestemd. De benaming jus-pannetje was mijns insziens niet helemaal op z’n plaats.
Zogauw ’t pannetje tevoorschijn werd gehaald, wist ik dus al wat de avondmaaltijd zou brengen, vooral als m’n moeder al vroeg de aardappelen begon te schillen. Er waren nl xtra veel aardappelen nodig, want voor de rest werd er geen groente geserveerd. Slechts de uien, ’t suddervlees & de jus begeleidden de aardappels tot ’t feestmaal. Een feestmaal dat er in z’n eenvoud absoluut niet zo uitzag.

& Toch koos ik altijd boerenkool als mijn verjaardagsmaal. Ik zou er nu spijt van moeten hebben nooit hachee te hebben gekozen. Als ik er aan terugdenk zie ik de geprakte aardappelen zwemmen tussen ’t vocht van de hachee (vocht die niet te dun mocht zijn) & voel ik de geur m’n neus kriebelen.
Die geur meen ik soms te herkennen als ik een huis passeer waar ’t keukenraam openstaat. Meen te herkennen: de ontnuchtering slaat snel toe; ’t benadert bij lange na niet de kruidnagelige geur, vervuld van laurierblad, die mijn moeder in de keuken wist te kreëren.

Daarvoor had ze uren nodig. Uren om ’t vlees op de juiste bijt te krijgen. ’t Mocht niet uit elkaar vallen, maar ook zeker niet te hard zijn.
Gedurende die pruttel-uren bevonden wij ons op school. Ik weet dus absoluut niet hoelang ze de pan op ’t vuur liet staan. Of in welke mate ze de kruiden toevoegde.

Ik hou van maaltijden die er uren over hebben gedaan bereid te worden. ’t Heeft z’n best gedaan iets te bereiken, zich tot volheid te doen groeien. Eten, waarbij je elk kleine aspekt van de voorgaande uren lijkt te kunnen ruiken & proeven in een klein stukje vlees. Volledig geabsorbeerd van de nuances die eraan zijn toegevoegd.

M’n moeder wist de nuances aan de hachee toe te voegen, zoals geen enkele moeder kon.

Ik wens me een Zijperspace die weer eens voor een moment vervuld is van de geur van hachee.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.