Verlatingsdagboek XXI (vervolg op XX)

& Wat ik lees, alsof dat tot onoverkomelijkheden zou moeten leiden.
Waar ik in de zwaarste tijden ooit romans verslond over ridders uit vervlogen eeuwen, drama’s met psychologisch doorwrochte opbouw of kale griekse eenakters juist ontspeend van modern karakterinleving, probeer ik me in m’n huidig kokergedrag te beperken tot de bloem & de bij & alles wat die 2 de mogelijkheid geeft om te kunnen voortbestaan op deez’ aard.
Alinea voor alinea kruip ik door de materie, nederig bij ’t zien van zoveel wonderbaars, om steeds weer te moeten constateren dat m’n door elkaar geschud hoofd de stilstand ontbeert om dat kleine beetje van een bladzij info over al dat fascinerend moois op te kunnen nemen.
De verveling slaat nog net niet toe, zoals toen ik met een hersenschudding in ’t ziekenhuis lag vanwege een brommer van achter op m’n fiets. Toen ik tussen de hoofdpijn & zware pijnstillers door terug moest, waar ik ‘mocht’ hoor te zeggen, naar de orale teksten van een man die vol geestdrift poogde er uit te halen wat er uit zijn kortstondige toekomst nog te halen viel, liggend in ’t bed tegenover me, die me deed beseffen dat ik een nietig vertelseltje was met nog maar net iets van bij elkaar gevoegde woorden van wat moest lijken op een krap samengevoegde kop & staart van ’t leven van een 1dagsvlieg. Mocht zo’n beest al beschikken over een verlengd achterdeel.
Hier zit ik, tevreden te moeten zijn met wat niet is & nimmer komen zal, uitvindend hoe je die omstandigheid in 1 woord vangen kan.

Zijperspace duurt eeuwig.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *