Ik weet niet of ik ’t beschreven krijg, maar een poging dient gewaagd te worden.
Ik lees Puck. Veel. Alles wat ze schrijft, passeert bij mij in ieder geval 1 keer de revu. Ook de reakties worden meegenomen, waarbij ik niet elke keer sta te juichen om ’t inlevend vermogen van de medemens. Misschien kan ik me iets te goed inleven in wat zij voelt als ze ’t over angst heeft, maar dan nog durf ik lang niet altijd plompverloren te reageren door mijn associaties met wat zij schrijft bij haar achter te laten. Ik vraag me 1st minstens 10 keer af of ze wel iets aan mijn toevoeging heeft, of ’t wel prettig is m’n reaktie erbij te lezen.
Misschien dat ik de lat voor mezelf wat dit aangaat een beetje te hoog leg, maar ’t zou zeker voor bepaalde mensen geen kwaad kunnen hun lat ook iets hoger te plaatsen.

Ze had ’t over angst & hoe ’t haar wakker schreeuwde, dwong afleidende bezigheden te vinden of haar lichaam verlamde. Ik lees ‘t, probeer ’t me voor te stellen, de pijn te ervaren, door uit herinnering te putten. Maar die herinneringen zijn voor mij niet meer zo makkelijk oproepbaar; zijn blijkbaar veiligheidshalve door een bepaald overlevingsmechanisme dat m’n geest herbergt, weggestopt.

Tot ik ’t volgende zinnetje lees:

Soms zat ik bij mijn moeder; dan mocht ik niet praten, want door te praten verzandde ik nog meer in paniek

Opeens zie ik mijn moeder weer schuin achter me zitten. Ik zit voorovergebogen, geheel verkrampt, m’n gezicht tot bij m’n knieën. Ik ben bang adem te halen & tegelijkertijd dat ’t ademen zal stoppen. Dus giert ’t in & uit, in & uit, veel te snel, veel te vaak.
M’n hoofd kan ook uit elkaar knallen, tenminste: er is een overflow aan gedachten waardoor de pan op overkoken staat. Gedachten? Zijn ’t nog wel gedachten? Hele bundels van wat voorheen herkend werd als afzonderlijke bedenksels lijken nu en masse door alle synapsen van m’n hersenen te moeten. Er is geen overzicht meer, geen controle; m’n lichaam zal deze aanval van ’t leger gedachten niet af kunnen slaan.

M’n moeder wrijft me in m’n nek, met haar van ’t schoonmaken wat ruw aanvoelende duim. ‘Laat ’t maar over je heen komen, laat ’t maar gaan.’ ’t Zijn de enige dingen die tot me doordringen van buitenaf, behalve dat ik de rand van de tafel voor me zie, maar da’s dan ook niet meer dan de rand van de tafel. Een stenen tafel, 20 cm van m’n hoofd verwijderd. ’t Zegt niets, ’t is slechts een tafel & m’n moeder wrijft in m’n nek.
‘Probeer ‘ns rustig adem te halen & ga wat rechter zitten, dan komt er meer lucht in.’ Ik probeer ‘t, maar merk dat de aanvallen overweldigender zijn, meer vat op me hebben als m’n lichaam een groter oppervlakte beslaat. Nee, ik moet dichter naar mezelf toe. ‘Rustig nou, rustig nou maar.’ & M’n moeder houdt me met beide handen bij de schouders vast.

Ik weet dat ik vaak gehuild heb, dat ik ’t niet snapte dat ’t met mijn hoofd moest gebeuren. Ik weet niet of ’t maanden heeft geduurd, misschien slechts een paar dagen. ’t Meeste van de herinneringen & ’t gevoel zitten veilig weggeborgen ergens in een achterkamertje van een vergeten hersenkwab. & Soms komt er dan een fragment van te voorschijn.

Deze reaktie kon ik niet plaatsen bij Puck, want ging teveel over mezelf. Daarom hier.

& We halen weer ontspannen adem in Zijperspace.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *