afgezaagd

Hij was afgezaagd, nadat-ie omgevallen was. Ik wist niet anders of de boom had er altijd gestaan. Hoewel ik pas 4 jaar geleden kennis met ‘m had gemaakt.

Ik zeg steeds: ‘It’s my 5th year I’m working here.’
Onderweg ook. Een oude man die me de weg wees. Hij kende ’t bierfestival. Hij had om de hoek van de boerderij gewoond. Maar dat was ver voor de tijd dat ’t festival daar gehouden werd.
Hij kende de omgeving. & Hier kwamen vaak wandelaars langs. Van the North Downs Way.
Misschien had ik vorig jaar ook wel de weg gevraagd. Ik herinnerde me een man, bezig in z’n tuin. ’t Was een plek om ’t verkeerde pad te kiezen.
Dus ik zei: ‘It’s my 5the year I’m working at the festival.’
Om aan te geven dat ik bekend was met de omgeving. Nu even niet. Maar meestal wel.

Toen kwam ik de boom tegen. Een uur later. 1st Een pint genomen in dezelfde pub als ’t jaar ervoor. Op ‘tzelfde rustige plekje gezeten. Bij een fonteintje, bij water als een vijver.
& Toen ik ’t pad nam, North Downs Way, dat ik al vele malen gelopen had, 1st heen, dan weer terug, steeds op zoek naar een ander pad, maar altijd per ongeluk toch weer ‘tzelfde pad verplicht nemend, toen zag ik die boom.
De boom die geen boom meer was.
Terwijl je ’t van hem juist wel moest toegeven. Dit is een boom. Groter dan anderen.
Hij had er al gestaan zolang je je kan heugen. Ook al was ’t voor mij slechts ’t 5e jaar. ’t 4e Jaar dat ik ‘m tegen kwam.

Ik zag ’t van veraf. Er was licht. Er was een plein ontstaan. Maar in bossentaal heet dat anders. Aan de randen van ’t plein bouwen de beesten feesten & genieten na van een dag hard werken van voedsel vergaren.
Waarom zouden zij geen terrassen hebben?

Ik ben hier alweer 5 jaar. Elke keer 3 dagen. Plus nog een ½. Voor ’t afbouwen. & Per ongeluk ben ik getuige. De oudste, terwijl ik hier pas ben. Terwijl ik even weg was. 362 Dagen.

Ik zag ook nog vlinders. Wel 5 verschillende soorten. Ik ben maar even stil blijven staan. Kijken of ze ogen hadden.
Als je door blijft lopen vliegen ze mee. Ze vluchten weg voor je benen. Dus wil je ogen zien, dan moet je stil gaan staan.
Ik ben nooit stil blijven staan voor vlinders. Alleen toen alles nog geheim was, toen nog wel. Toen waren er geheime gaten onder de wortels van oude bomen. Vooral van bomen die omgevallen waren. Daar zaten de raadsels, de beesten, ’t gezin dat uitgeroeid was, of verjaagd; verhalen lieten zich schrijven door hoe een kuil, een gat gegraven was.
Maar tegenwoordig loop ik normaliter altijd door.
Als je ‘normaliter’ ‘altijd’ kan noemen.

Ik was stil van ’t felle licht. De hitte hing nu op ’t plein in ’t bos. De zon scheen.
Ik stond stil & liep weer verder.

Verder voor nog meer bier in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *