afleiding

‘Ton, je let gewoon niet op!’ zei Rachel.
Ik pakte snel m’n stuur weer vast. Wendde m’n blik af van ’t tafereeltje in ’t park & keek Rachel aan.
‘Wat dan?’ vroeg ik. ‘Is er wat?’
Stotterend, overdonderd, wakker geschud.
‘Als ik tegen je praat, dan ben je aldoor met iets anders bezig. Je bent de hele tijd afgeleid.’
‘Oh, oh, ja, maar, hm,’ stamelde ik.
Ik kreeg ’t er niet uit.
‘Sorry,’ zei ik dus maar.
‘Heb je wel goed geslapen, de laatste tijd?’
‘Ja, dat gaat wel weer goed. Geen last meer van een muis. Maar ik voelde me wel nog erg slaperig toen ik vanochtend terug kwam van boodschappen.’

We gingen op ’t terras van de Sarphaat zitten. Marloes kwam er even later bij.
‘We hadden ’t er net over,’ zei ik tegen Marloes, ‘dat we misschien beter bij de IJsbreker konden gaan zitten. Hier hebben we straks geen zon meer.’
‘Wacht,’ zei Marloes, ‘ik bestel nog wel even 1 drankje.’
Ik keek om me heen terwijl Rachel & Marloes ’t laatste nieuws uitwisselden. ’t Was fietsenspitsuur op de sarphatistraat, zo leek ‘t. Een constante stroom ging aan mij voorbij.
‘’t Is wel druk hier,’ zei ik.
‘Vind jij toch leuk, als er veel vrouwen voorbij komen?’ zei Rachel.
‘Ja, maar er zijn ook heel veel auto’s. Die leiden af. Dan zit ik liever voor de IJsbreker.’
‘Jaja,’ reageerde Marloes, ‘1st even m’n glas legen. Ik snap de hint.’
‘Nee, sorry,’ zei ik. ‘Ik was gewoon even in gedachten. Ik was enkel aan ’t bedenken waarom we beter bij de IJsbreker konden zitten.’

‘Zo, hé,’ zei ik, ‘wat is ’t druk hier.’
‘Ja, genoeg te kijken voor jou,’ zei Rachel.
‘Ik zit in ieder geval met m’n gezicht de goede kant op.’
‘Wij ook.’
Ik keek naar de fietsers die voor de IJsbreker langs trokken, Rachel & Marloes deden hun ogen dicht voor de aanbidding van de zon, die over de Amstel scheen.
Vroeger kon ik alles tegelijk, dacht ik. Dan was ’t nooit te druk. Terwijl ik iedereen aan me voorbij zag trekken, volgde ik tegelijkertijd de conversaties aan belendende tafeltjes & wist ik evengoed waar mijn tafelgenoten ’t over hadden.
Ik werd van deze gedachte afgeleid door de glanzende stof van de broek van Rachel. Daar had ze onderweg iets over gezegd. Op de fiets door ’t park. Toen ik m’n ogen voor de zon had afgedekt om de mensen langs ’t pad te kunnen zien.
Ik pakte de stof van de broek vast. Wriemelde ’t tussen m’n vingers.
‘Dat bedoelde ik daarnet nou,’ zei Rachel.
‘Dat die stof van jouw broek zo glad is dat je ’t niet voelt?’
Om even te laten merken dat ’t heus wel tot me doorgedrongen was.
‘Nee, dat als ik ’t ergens over heb, dat jij dan plotseling overgaat op iets anders.’
Stil. Weer betrapt.
‘Ja, sorry. Ik ben er niet helemaal bij vandaag.’
‘Niet alleen vandaag.’
‘Ja, zo ben ik nu eenmaal.’
‘& Dat zeg je ook altijd. Dat je er niets aan veranderen kan.’
‘Maar ik ben wel veranderd. Ik ben veel rustiger geworden sinds m’n schildklier is uitgeschakeld.’
‘Ja, da’s waar,’ gaf Rachel toe. ‘’t Ligt vandaag misschien ook een beetje aan mij.’
Dat drong niet meer tot me door. Ik ben veel rustiger, dacht ik. Daarom kan ik al die fietsen niet meer volgen. & Die gesprekken. Terwijl de gewoonte om met m’n hoofd alle kanten op te schieten, nog niet uit m’n systeem is.
De ogen van de dames stonden weer gericht op de Amstel & de zon. Hoewel dat niet te zien was door de dikke zonnebrilglazen.
Ik zei een passerende fietser gedag, wenkte de ober dat ik nog wat wilde bestellen & luisterde ondertussen ’t gesprek links van onze tafel af.

Alles is rustig in Zijperspace, of anders dringt ’t niet tot ons door.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.