angst

We waren allemaal bang. Dat was 1 van de weinige dingen waar we zeker van waren. Bang voor ’t leven, bang voor een partner, bang voor de vader, bang voor de dood, bang ’t overzicht te verliezen, bang voor alles dat de mogelijkheid had ook bang te zijn. & Daar moesten we met z’n allen maar ‘ns over praten, vond Müller.
We werden in een kring gezet. In stoelen waar je in kon hangen, maar een rechte rug was er ook in mogelijk. Ze waren zacht, zonder leuningen voor de armen, hadden onbeperkte mobiele mogelijkheden, konden tezamen een bank vormen & verraden vooral binnen de kortste keren je lichaamshouding: ’t werd al snel duidelijk welke houding je aannam tegenover de groep.
We praatten. Maar als er een stilte viel moesten we ons daar vooral niets van aantrekken. De therapie was net als ’t werkelijke leven, alleen een overdreven versie daarvan. Werd er ruzie gemaakt, dan was ’t heftig; werd er gehuild, dan huilden we met z’n allen; heerste er stilte, dan kon je elkaar horen ademhalen, urenlang. We hadden elkaar maar te accepteren, zonder elkaar zouden we niet verder komen in deze groepstherapie. Wij hadden ’t in onze eigen handen, liet Müller weten, gezamenlijk konden we onze nog jonge levens ten goede keren. In zoverre we dat natuurlijk zelf wilden. & In zoverre Müller dit soort woorden in z’n mond nam. ’t Was nl steeds weer de bedoeling dat we zelf tot die conclusie kwamen.

Monique was een rots in de branding. Ze kletste veel. Ze luisterde geconcentreerd. Maar liet ondertussen niet ‘t achtereind van haar tong zien. Waarom zou ze? Ze liet al vaak genoeg haar mening blijken. Op ’t uur therapie dat we in de week hadden, had zij een ½ uur ’t woord. Ze oordeelde & veroordeelde, ze nodigde ons uit haar huis als ontmoetingscentrum te nemen in geval van afwezigheid van Müller, ze kwetterde overal tussendoor, ze luisterde niet als ’t haar zo uitkwam, ze schonk thee, & vond tussen neus & lippen door dat ik te veel suiker gebruikte. Rechtovereind gezeten in haar stoel zei ze dat. ’t Volgende moment Hank aanvallend omdat hij mensen veroordeelde slechts vanwege ’t feit dat ze intelligent waren & geen moeite hoefden te doen leerstof tot zich te nemen.
‘Kijk toch eens verder dan dat kleine wereldje van je opleiding waarvan je denkt dat, wil je er overleven, je alleen maar je boeken nodig hebt. ’t Leven bestaat uit meer dan alleen maar blokken, blokken, blokken, tentamens maken & mensen ontwijken.’
Waarna Hank 3 weken lang z’n mond hield. Maar dat was immers zijn probleem, toch?

‘Waarvoor ben jij dan hier?’ vroeg Müller een keer aan Monique. ‘De wereld lijkt eenvoudig in jouw optiek, die mening kan je niet nalaten te spuien. Je spreekt iedereen bemoedigend toe, je geeft ze steun, maar veroordeelt ze ook, lijkt de wijsheid soms in pacht te hebben. Waar haal jij dan ’t recht vandaan mensen deze raad, deze zorg, deze wijsneuzerigheid aan te doen? Wat mankeert jou dat je jezelf aan deze mensen gelijk durft te stellen & waarom vind je tegelijkertijd ze niet de moeite waard om de reden van je verblijf hier te delen?’

De wereld was beangstigend, leerde ik toen. Met z’n niet aflatende stroom van informatie, z’n kranten die bol stonden van nieuws, z’n stemmen uit de radio, z’n beelden op tv, die allemaal tezamen continu doorstroomden van de ontkenning van ’t relatieve paradijs waar wij ons in bevonden. Niets was wat ’t was, zolang men in z’n achterhoofd besefte dat alles vernietigd kon worden, mensen wreed konden zijn, dood plotseling toe kon slaan, & anders ’t einde elk moment nabij. Je hoefde de krant maar open te slaan, werd mij duidelijk, & je werd je gewaar van een mensenleven die plots, totaal onverwachts, geconfronteerd werd met ’t onnutte van zijn bestaan. Simpelweg omdat ’t beëindigd werd op een onzinnig moment, zonder reden, ineens.
Monique wilde geen kranten meer lezen, geen tv meer zien, geen radio meer horen. Ze wilde zich niet beseffen dat elk moment van de dag mensen lijden, vermoord worden, verongelukken. Ze wilde zich niet meer verplaatsen in andermans leed, dat zo knallend hard z’n verhaal deed tot in ’t diepst van haar ziel. Ze wilde niet meer de hemel voelen die de hele tijd z’n kracht op haar tere lichaam deed gevoelen. Ze wilde ontkennen. Niet op de hoogte zijn. Zich niet voorstellen. Wat 1000en mensen op 1 & ‘tzelfde moment voelden: onrechtvaardigheid, frustratie, pijn, dood. Als dat alles al voelbaar was. Ze wilde leven zonder daar deelachtig van te zijn. Anders kon ze ’t niet aan.
Ze huilde haar verhaal aan ons.

Ik volg ’t nieuws niet. 1 Keer per dag breng ik mijzelf op de hoogte. Liefst zo kort mogelijk. Ik kan me inmiddels niet meer voorstellen dat ik ’t allemaal zal kunnen doorstaan. Dus neem ik snapshots. Ik wil geen mensenstemmen horen praten & tegelijkertijd daardoor ’t mensenleed elders horen ontkennen. Simpelweg doordat de stemmen de gebeurtenissen ergens op de wereld proberen te verklaren. Ik wil niet op de hoogte zijn. Omdat ik ’t me niet meer kan voorstellen. Er gaan te veel mensen dood. Ik had er ook 1 van kunnen zijn. Dat wil ik niet snappen.

Er heerst onbegrip in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.