apocrien

Ik zal nieuwe strategieën moeten ontwikkelen. M’n dag zal anders ingedeeld moeten worden. Misschien zie ik me straks zelfs genoodzaakt m’n wasbeleid aan te passen.
Niet meer laat in de middag douchen. Gewoon ’s ochtends vroeg, vlak na ’t opstaan.

Ik heb me nooit werkelijk afgevraagd waar al dat zweet vandaan kwam. ’t Zweet is er, in grote mate, & als ik op een publieke plek ben zal ik ervoor moeten zorgen dat ik er zo snel mogelijk weer vanaf kom, voordat men er opmerkingen over plaatst.
Blijkt ’t hyperhidrose te heten, lees ik net.
Ik had kunnen bedenken dat er voor alles ter wereld een naam was, maar ik stond er ondanks de dagelijkse last niet bij stil. ‘Ik produceer veel zweet’, zo heette ’t m’n leven lang bij mij. 4 Woorden. Veel langer dan hyperhidrose, maar makkelijker te onthouden.

& Ik zal ’t ook wel allemaal met biologie hebben gehad, in dat verre verleden van middelbare school, maar dat was in de tijd dat ik zelf nog geen androstadiënon afscheidde, tezamen met die sloten lichaamsvocht. Ik was een late puber, op sommige plekken kreeg ik pas als laatste van m’n leeftijdsgenoten haargroei.
(Androstadiënon, gij sterk ruikend derivaat van testosteron, zoudt u m’n leven in de war hebben gegooid? & Hoe vaak heeft u dat al op uw geweten?)
Dus wat had ik er aan om op te letten op ’t moment dat er in mijn lichaam nog niets noemenswaardigs aan de hand was? Ik was nog aan ’t spelen. Rende door de gangen van school. Smeet de tassen van klasgenoten leeg, of probeerde te voorkomen dat ’t mij gebeurde.
Ik transpireerde wel, maar dat was vooral omdat de zwaarste jongen van de klas vaak bovenop me ging zitten om m’n spierballen te rollen.
Had ik toen maar al zo’n sterk ruikend derivaat om me heen hangen, dan had-ie er wel vanaf gezien.
Ik lees nu dus pas, 30 jaar te laat, dat ik al gestopt was met ’t keuzevak biologie voordat ik belangstelling zou kunnen opbrengen voor mijn eigen productie van androstadiënon. Er vonden op dat moment gewoon nog geen biologische processen in mij plaats die vragen bij me op zouden roepen, die me in de war zouden kunnen brengen, die me in ’t middelpunt van de belangstelling brachten.

‘Vrouwen houden van mannenzweet,’ zegt ze, ‘dat weet je toch wel?’
Ja, dat weet ik wel. Zoals mannen van vrouwenzweet houden. Maar ’t is niet altijd even goed op elkaar afgesteld. Soms stinkt de ander, is er niets lekkers aan.
‘Ik lag ‘ns met een vrouw in bed,’ vertel ik haar dus maar. ”t Duurde tijden voordat ’t uiteindelijk gebeurde. Maar ik heb de dag erna de relatie meteen weer beëindigd, want toen ’t zover was, bleek ik haar geur helemaal niet lekker te vinden.’
Ze kijkt me aan alsof dat in ieder geval niet voor mij geldt. Gelijk met die blik stopt ze haar gezicht, een tikje verlegen evengoed, diep weg in mijn oksel.
‘Hmm, heerlijk,’ doet ze er nog een schepje bovenop, terwijl ze diep adem haalt door haar neus.

Ik zal de dag anders op moeten bouwen. De apocriene zweetklieren, die met de geurstoffen, zullen hun werk moeten hebben gedaan als ze me ziet. ’t Is wellicht belangrijk dat de sporen van de arbeid die deze hardwerkende lichaamsonderdelen hebben verricht nog traceerbaar zijn.
Mensen zullen zich afvragen waar die walm vandaan komt als ik passeer. Ze zullen me nakijken op straat. Ze zullen bij zichzelf denken hoe ik in godsnaam kan ruiken als een oermens. Een enkeling, zij die er gevoelig voor zijn, zullen onmiddellijk naar hun mobiel grijpen om hun man te vragen vooral vroeg thuis te komen. Anderen proberen een veilig heenkomen te vinden in de directe omgeving van een viskraam.
Terwijl ik een heerlijke nacht tegemoet denk te gaan.

Eindelijk m’n lotsbestemming gevonden in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *