banken

Ergens halverwege gingen we knielen. Dat deed iedereen, dus moest ik ook wel meedoen.
Als klein kind mocht ik me er een aantal jaren aan onttrekken, want met zo’n lengte kon je toch echt niet veel zien in die knielende houding. Nou was dat ook niet de bedoeling tijdens dit eerbiedige gedeelte van de mis, maar m’n ellebogen kwamen ook niet verder dan de kollekte-zakje die in de uitsparing van de bank voor me lagen. & Die ellebogen had je nou 1maal nodig om ’t gebed met samengevouwen handen devoot op te zeggen.
Op een gegeven moment was ik echter groot & lang genoeg om aan ’t ritueel mee te doen. Vanaf toen was ’t de bedoeling dat ook ik de gebeden meeprevelde die in geknielde houding hoorden te worden voorgedragen. Met z’n allen in koor.
De tijd van tekenen & kleuren in ’t misboekje was voorbij. Vanaf nu was ’t de bedoeling dat ik serieus ’t geloof belijdde.

Geknield. Op de houten plank voor ons, die onderdeel was van de konstruktie van de banken. Ik kon er m’n voeten op laten steunen tot aan de geloofsbelijdenis; daarna was ’t bedoeling dat ze als ophoging voor de knieën dienden. Met een matje eronder, die tot op dat moment hing tegen de rug van de bank ervoor. Een matje van ong 1 cm dik. Redelijk zacht, zodat ’t geen foltering was daar een kwartiertje in te hangen.

Misschien duurde ’t wel korter. Misschien was de gehele mis nogeneens zo lang. Misschien waren die banken ook niet zo hard.

De banken hebben m’n billen voor m’n leven lang geïnfekteerd met een grote mate van onrust. Vooral als ik op een harde ondergrond moet zitten. Net zo hard als de banken van de Petrus & Paulus-kerk. M’n billen kunnen daar in ieder geval niet meer tegen.
Men zegt vaak dat ik daar geen vlees heb. Ik geef dat ook grif toe, maar ik denk dat ’t vooral komt door de banken waar we elke zondag op moesten zitten. De lust tot uitdijen is aldus voor m’n billen verdwenen. Geen vet had nog zin om zich in mijn achterwerk te vestigen. Zeker niet een leven lang.
Een geïrriteerde huid is tegenwoordig ’t resultaat van ’t planten van dat beetje zitvlees op een harde ondergrond. Zinkzalf is de enige remedie.

Ik was vandaag langs bij m’n broer. FF een biertje drinken & een praatje maken.
Hij had 2 nieuwe banken staan. 1 Op ’t terras, 1 tegen de wand binnen.
‘Waar komen die vandaan?’ vraag ik, hoewel ik ’t antwoord al kan vermoeden.
‘Petrus & Paulus-kerk,’ antwoordt Quint.
‘Heb je de matjes er ook bij gekregen?’ vraag ik op ’t moment dat iemand opstaat van de bank & ’t knielmatje onder de billen vandaan op de grond valt.
‘Moet je kijken.’ Quint neemt me mee naar de wand waar de bank staat. ‘Ik heb zelfs een paar kollekte-zakjes mee kunnen nemen.’
Ze zien er grauw & verkleurd uit. Maar de tekst staat er nog altijd duidelijk op.
‘Heb je er veel voor betaald?’
‘Hmm, 175 gulden per stuk.’
Niet duur voor 3 meter bank, van schijnbaar onslijtbare kwaliteit, denk ik. Ze zien er nog altijd uit zoals ik me kan herinneren.

‘Ik moest wel de poten schuin afzagen,’ vertelt Quint me ff later. ‘Dat heb ik in ieder geval gedaan met de bank die buiten staat. Want je zat altijd zo met je rug recht tegen de leuning. Nu leunt-ie een beetje naar achter. Kan je veel langer blijven zitten. Ga ik binnenkort ook met deze doen. Krijgen mensen niet zo snel een stalen reet, terwijl ze eten.’

Er is weinig staal te vinden in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *