Blubblubborrel

Plots merk ik dat m’n adem ergens anders heen gaat. ’t Komt niet meer ergens onmerkbaar aan, maar duidelijk in een zone, ergens in m’n bovenbuik. ’t Borrelt ook, ver weg van gezellig, in conversatie met m’n darmen. Alsof m’n longen stelselmatig drupjes lucht die kant op persen. ’t Pakt zich samen, wil verder, stuwt de gewoonlijke inhoud aldaar.
‘Blubblubborrel,’ zegt 1 van beide regionen onhoorbaar.

Alles wat me was overkomen was enige teleurstelling in m’n camera, die niet meer open wilde gaan. Geen foto’s mogelijk, terwijl ik ‘m elke dag nodig heb voor al die insecten.
Maar ’t lichaam lijkt zo’n voorval van een kleine tegenslag iets onoverkomelijks te maken.

Beelden van uit raam staren op de zolder bij m’n ouders doen zich melden. Benauwdheid, want geen toekomstbeeld buiten ’t zicht vanuit ’t zolderraam dat schuin in ’t dak hangt. De Marsdiepstraat, waar niets spannender was dan een auto die 500 meter reed van om de hoek naar supermarkt, op de volgende hoek.
M’n vader zat vlak daarvoor hulpeloos in zijn stoel in de woonkamer omdat ik alleen nog maar uit kon brengen dat de hemel op me neer zou komen. Daarvoor kende ik de uitdrukking slechts van een bijfiguur in Asterix & Obelix. Op dat moment zou mij dat kunnen gebeuren. Terwijl ik de hemel niet eens kon zien.
M’n vader hulpeloos dus. ’t Was zielig om te zien zoals hij niets wist te doen. Had hij mij grootgebracht & had-ie ’t niet meer in de macht. Uit z’n handen geglipt.

Een piep uit m’n usb-box wekt me uit m’n gedachten. Die heeft ook beademing nodig van een oplader.
Getergd sta ik op. Alles glipt me uit handen, gooide ik nog maar een sombere gedachte richting ’t proces in m’n lijf, waar de darmen de ademhalingsfunctie inmiddels volledig overgenomen hadden.
Maar ik moet wel. Ik heb kalmerende muziek nodig die me weer enigszins zen maakt. Nog een geluk dat er op ’t moment niet aan zen wordt gedaan door de radiozender. Dat maakt ’t tijdelijk uitschakelen van ’t boxje wat makkelijker te verdragen.

’t USB-snoer voor de box is bezet voor de powerbank die ik vanavond nodig heb voor de vlinderval. Snel een ander snoertje zoeken bij ’t andere stopcontact.
Wacht, dat snoertje heeft dezelfde ingang als de camera, dus dit snoertje is ook geschikt. Heb ik immers gisteravond ook gebruikt.
Langzaam dringt ’t tot me door dat de camera een adapter nodig heeft om op te laden.

Een blok zakt naar beneden. Geen hemel. ’t Zijn m’n pseudo-longen. Ze worden geloosd wegens oplichterij. Er is een inwendige machinatie in werking getreden die alle simulatoren opspoort, wegwerkt & vervolgens een spoelmiddel door m’n lichaam laat stromen.
Volautomatisch. ’t Moeten kleincelligen zijn die over mij waken. Van m’n Pa geërfd. Al zullen er wat modificaties zijn toegepast sinds hun langgeleden voorvaders die ene van mij heeft verlaten.

’t Wordt tijd voor ontbijt om te kijken of alles nog werkt in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *