bossepad

Bossepad

Ondertussen ben ik aan een onderzoek begonnen. Totaal onempirisch, maar ’t geeft een mens wat te doen.
Ik fiets.
Niet, zoals ik gewend ben te doen, via de kortste route van A naar B, maar op willekeur.
Een bof dat willekeur nog geen empirisch gestaafde omschrijving met zich meedraagt.
Willekeur betekent in deze dat ik een passerende straat in duik als ik plots bedenk dat ’t geen kwaad kan dat te doen.
Straten kunnen niet passeren, zal men zeggen, maar zoals ik ’t beleef wel. Gaarne geen commentaar hier op te leveren.
Dus kan ’t lijken dat ik rechtdoor ga fietsen, de meest logische route voor iemand die zich in een bepaalde straat voortbeweegt, maar ik ga dan naar rechts (of naar links, al naar gelang ’t zich voordoet). & De volgende weer naar links (men raadt waarschijnlijk al wat ik tussen deze haakjes had kunnen schrijven).

Ik neem een wijk & ga er voor. ‘Hop, zo die gaat,’ zoals ze dat vroeger wonderschoon wisten uit te drukken.
Soms laat ik me leiden door nostalgie. Een verlangen te aanschouwen hoe de dingen zijn veranderd. Plekken herbezoeken waar ik ooit mijn tijd doorbracht.
Zoals de van Bossestraat, waar ik ooit een ½ jaar woonde.
Ik wist niet eens meer hoe je de naam van de straat moest schrijven. Blijkbaar had ’t niet beklijfd, mijn verblijf aldaar. Niet alles dan. De naam niet vooral.
Wel bijv dat ik daar de fiets van m’n bovenbuurman heb gejat. Ook weer netjes teruggegeven toen hij me kwam melden dat de fiets die bovenop m’n schuurtje had gelegen van hem was.
Ik heb ‘m in oost-pakistaans (wat blijkbaar zijn ‘native language’ was) proberen uit te leggen dat men geen fietsen bovenop de schuur van de buurman legt in Nederland. & Hem vervolgens ’t vehikel met lekke band & slappe ketting teruggegeven. Hij bedankte me in fatsoenlijk nederlands met ‘Thank you, thank you’, wat mij deed bedenken dat ’t toch niet zo slecht ging met de integratie.
Ondanks dat voelde ik me dus een dief. Waar ik ’t eigenlijk niet over wilde hebben.

Ik ging dus op zoek naar m’n oude huis. Hoewel ik wist dat die niet meer zou bestaan.
Op ’t moment van verlaten toentertijd, stonden de bulldozers nl al voor de deur. Deze slopers hadden de vorm van bodybuilders aangenomen & kwamen de glas-in-looddeuren verdonkeremanen die ik eigenlijk zelf had willen jatten om ze door te verkopen via Marktplaats.nl die toen nog lang niet bestond.
& Inderdaad: m’n huis was, zo bleek tijdens mijn herbezoek, vervangen voor nieuwbouw. Goed dat nostalgie mijn drijfveer was voor deze fietstocht, want een schreeuwend rode Canta zou ik hier niet kunnen vinden. Canta-eigenaars, & hier begint mijn on-empirisch onderzoek, wonen niet in nieuwbouw. Tenzij deze de bejaardenopslag als bestemming heeft gekregen.

Canta-eigenaars wonen ook niet in Oud-Zuid, maar daar wil ik ’t graag een andere keer over hebben.
Ze wonen wel om de hoek van de van Bossestraat. Men kan hier zelfs spreken van overbebossing als men ’t over dit karretje heeft.

‘t Is niet zo ver weg van waar Zijperspace ooit was.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *