conversatie VI

‘Omdat ´t te koud is.’
‘In de zomer niet, lijkt me.’
‘Nee, dan is ´t te warm.’
‘Te warm. Voor wat?’
‘Wat vraag je nou net aan me?’
‘Wanneer jij je deuren open zet.’
‘In de zomer dus niet.’
‘Want dan is ’t te warm…’
‘Ja.’
‘Kom op, doe niet zo nukkig meteen. Ik probeer ’t alleen maar te begrijpen.’
‘Ik weet toch wat er hierna gaat komen.’
‘Je kan ’t toch wel even uitleggen? Als je dan toch weet wat ik ga zeggen.’
‘’t Is gewoon een vervelend gevoel dat iedereen zich meteen gaat bemoeien met mijn deuren. Die moeten & zullen perse zo veel mogelijk open staan & ’t is absoluut ongezond & ik moet toch eens proberen op een gezondere manier te leven & als ik zo door ga, dan overleef ik ’t niet, met als afsluitende vraag of ik m’n hele leven lang al zo kouwelijk ben geweest.’
‘Ha, dank je. Ik stond inderdaad op ’t punt die vragen te formuleren. Dat bespaart me tijd.’
‘Te koud is te koud & te warm is te warm.’
‘Je huis koelt gewoon veel te snel af.’
‘Precies.’
‘& Je houdt niet van hitte.’
‘Zie je, als je even logisch nadenkt hoef je helemaal geen vragen te stellen.’
‘& Had ik gewoon thuis kunnen blijven zitten, want ik begreep je toch al.’
‘Ja, & dan had je wellicht je eigen koelkast leeg gezopen & niet die van mij.’
‘Dus je gooit je deuren open zo gauw ’t avond wordt & de temperatuur beter te verdragen.’
‘Tuurlijk niet. Dan kan ik ’s nachts niet slapen van al die muggen.’

Dat zijn de laatsten die er in komen in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *