Branden

‘De komende 2 dagen ziet ‘t er redelijk uit,’ schrijf ik. ‘Kleine kans op een beetje regen, dus een redelijke mogelijkheid om naar ‘t bos te gaan.’
Ik krijg terug dat ze zich ziek gemeld heeft. ‘Vanmiddag uitslag van Corona-test.’
‘Spannend,’ reageer ik. ‘Hoop ‘t beste.’
Ja, ze hoopt negatief. Quarantaine ziet ze erg tegenop.

Ik voel me voor even de vervanger van m’n moeder. Wie je ook meenam, als ze te horen kreeg dat er een examen aankwam, een uitslag bekend gemaakt zou worden, er een belangrijke beslissing genomen moest worden, m’n moeder beloofde op dat bewuste tijdstip een kaarsje te hebben branden.
M’n moeder was goed in harten veroveren. & In haar trouwhartig- & oprechtheid werd ze door iedereen als vanzelfsprekend geloofd.
Niemand hoefde langs om te kijken of dat kaarsje wel brandde. Evenmin hoefde men zelf aan te komen met de uiteindelijke uitslag. De vraag was al gesteld als iemand de keer er op opnieuw bij ons binnen kwam. Oprecht bezorgd, oprecht geïnteresseerd.
& Stiekem, als de visite weg was, zei ze dan: ‘Zie je, ‘t helpt heus wel.’

M’n broer & ik vroegen zich afgelopen jaar af waar wij onze afwijkingen van hadden.
Veel was afkomstig van Pa, wisten we uiteindelijk. ‘t Was eigenlijk frustrerend om een boel te moeten missen van Ma.
‘t Onmetelijke geduld als ik in bed lag met hoofdpijn. Handen & polsen wrijvend (want dat hielp bij haar), nat washandje op je hoofd & een half uur later nogmaals bevochtigen met vers koud.
Dat deed ze niet alleen bij haar zonen. Schoondochters konden dezelfde behandeling verwachten (tenzij zelf gevloerd). & Als die niets probeerden te laten merken, was er altijd nog zoiets als een kaars. Of een wrijvende hand bij afscheid; met duim & wijsvinger werden diverse zones ongemerkt ‘behandeld’.
Niet omdat ze precies wist wat ze deed. Meer om haar zorg te tonen. Te laten voelen eigenlijk.

Dus ik schrijf, terwijl ik in een paar tot een boel uitgesmeerde seconden tijd m’n moeders handelingen in dit soort situaties overdacht:
‘M’n moeder zou zeggen: ik steek wel een kaarsje aan vandaag. & Dat deed ze dan ook. Ik heb geen kaarsen, maar ik help je hopen, moet je maar denken.’

Kijk, denk ik, ik heb toch iets van m’n moeder. Niet haar geloof, niet de aandacht die ze voor iedereen had.
Maar ik heb een kaarsje. Ik hoef maar kort te vertellen wat m’n moeder zou doen & ik heb een kaarsje. Je hoeft niet te zien dat ik ‘m brand. Dankzij Ma doet-ie dat vanzelf.

& Dat gelooft dan niet in een hiernamaals van Zijperspace…

Eén reactie op “Branden”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *