conversatie III

‘’t Klinkt alsof je ’t me verwijt.’
‘Je denkt constant dat mensen je dingen verwijten.’
‘Maar dat komt bij jou doordat je tegenover mij de hele tijd zit te jij-bakken.’
‘Meneer heeft ook een woordje geleerd.’
‘Kom op, ’t is toch zo?’
‘Wat is zo?’
‘Dat als ik iets over je zeg, al is ’t maar een pietepeuterig feitje, dan krijg ik ’t dubbel & dwars terug.’
‘Noem een voorbeeld.’
‘Ik wou net zeggen: & vervolgens ga je me vragen om een voorbeeld te geven om m’n bewering te staven.’
‘Je weet meestal geen voorbeeld.’
‘Nee. Maar ik weet wel dat ’t zo is.’
‘Iets is niet zo omdat ’t zo is.’
‘Nou, toevallig wel.’
‘Bij jou, ja. Bij mij zal je ’t altijd hard moeten maken.’
‘Zelfs als ik ’t hard weet te maken, zal je er later overheen gaan met ’t verwijt dat ik aan ‘tzelfde verschijnsel lijd.’
‘Wat je dan niet weet te weerleggen.’
‘Inderdaad. Want ik weet er geen woorden voor te vinden. Dat is nou 1maal zo.’
‘Je bent nu anders aardig op dreef.’
‘Blijkbaar geef je me nu de ruimte om straks keihard terug te slaan.’
‘Ik was ’t wel van plan.’
‘Begin dan nu meteen maar. We weten toch allebei dat ik ’t onderspit zal delven.’
‘Je hebt wel gelijk, ja. Ik kan ’t net zo goed meteen afmaken. Maar voordat ik daar aan begin: ik wilde je nog vragen of ik je paraplu zou mogen lenen voor op de terugweg.’
‘O ja, je weet waar-ie staat.’
‘Heb je trouwens nog wat te eten in huis?’

En de nacht werd wederom gevuld in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *