dienst

We hadden met elkaar gemeen dat we rond de 10e april 1964 geboren waren & ’t grootste gedeelte van die ene dag in onderbroek rondliepen. Ik fiets tegenwoordig nog steeds wel eens voorbij de kazerne & vergeet daarbij toch vaak me dat beeld te herinneren. Dat we allemaal gelijk waren, de rasta & de punker, de jongens die niet opvielen & de zoon van de miljonair, de boekenwurm & de trots van z’n vader, de wees & de kunstenaar. Ze waren in onderbroek slechts door hun kapsel van elkaar te onderscheiden.
& Om ’t voor de generale staf gemakkelijk te maken, voor de heren die reeds in dienst waren & de opdracht hadden ons op inzetbaarheid te keuren, kregen we een nr toebedeeld. Om ons alvast te laten wennen aan hoe ’t in ’t leger er aan toe zou gaan.
Ik zou daar nooit terecht komen, wist ik van mezelf, dus was ik geen nr.
Ik vroeg of ik naar de wc mocht.
‘Dan moet je voortaan de volgende procedure volgen,’ vertelde de instructeur ten overstaan van de 9 & 10-aprilligen, om voor eens & altijd duidelijkheid te scheppen. ‘Je gaat staan, noemt je nr, & vraagt vervolgens toestemming een verzoek in te dienen.’
‘Vooral wachten op ’t moment dat je de beurt krijgt iets te zeggen,’ voegde hij er ook aan toe.
Discipline, dat moest ons worden bijgebracht. Er kon niet vroeg genoeg mee begonnen worden.
‘Maar ik wil alleen maar naar de wc,’ zei ik.
‘Wat is je nr?’ vroeg onze dril-officier.
‘Weet ik niet,’ antwoordde ik. ‘Ik weet alleen dat ik naar de wc moet.’
‘Bij ’t oproepen van je naam heb je toch een nr te horen gekregen?’
‘Ja, maar ik ben geen nr. Dus kan ik ’t ook niet onthouden.’
Een dwars geval, constateerde de man die ons uit moest leggen wat de procedure vandaag zou zijn. Die kan je beter z’n gang laten gaan, want anders weet-ie ’t hele boeltje op te ruien. ’t Was tenslotte slechts de keuring. Niet iedereen zou uiteindelijk in ’t leger terechtkomen.
‘Denk er wel om dat je straks ook een plasje af zal moeten staan,’ voegde hij er evengoed aan toe. ‘Je kan beter wat bewaren voor later, want anders sta je straks een uur te wachten voor je ’t bekertje kan vullen.’
‘Oh, desnoods ga ik 100 keer op een dag,’ reageerde ik. ‘Daar heb ik nooit moeite mee gehad.’
Na terugkomst van m’n plaspauze had de man mijn nr op een groot papier geschreven.
‘Dan hoef je ’t niet meer te onthouden,’ zei hij.
Hij had vaker met dwarskoppigen van doen gehad.

‘Wat wil je gaan doen?’ vroeg de man vanachter zijn bureau.
Hij was van de rekrutering. Of iets dergelijks. Hij moest inventariseren waar de toekomstige krachten geschikt voor waren & waar hun belangstelling naar uit ging.
‘Niets,’ zei ik.
‘Je kan beter aangeven welke richting je op zou willen, wat je voorkeur heeft,’ legde de man uit, ondertussen druk aantekeningen makend op mijn formulier.
Ik nam tenminste aan dat ’t formulier betrekking had op mij. Hij had m’n nr gevraagd, ik had m’n papiertje laten zien, hij vroeg of m’n naam daarmee correspondeerde & ik had ‘m verteld dat-ie daar wonderbaarlijk genoeg gelijk in had.
‘Hoe krijgt u dat voor elkaar?’ had ik ‘m nog olijk de vraag gesteld.
Maar hij was alleen bezig met aantekeningen op ’t formulier te maken.
‘Laten we afspreken dat ik hier de vragen stel,’ zei hij toen hij de pen even met rust liet.
‘Op school hebben ze me juist geleerd altijd vragen te stellen als ik iets niet snap.’
‘Vergeet school.’
‘Ja, maar ze hebben me juist verteld dat als ik in dienst zou gaan, dat ik dan veel zou kunnen leren. Volgens mij leer je juist niet als je geen vragen blijft stellen.’
‘Ah, een filosofisch typje.’
Daar had ik dan weer niks op te zeggen. Ik voelde me te veel gevleid dit keer. Dat had hij dan weer op mij voor: hij wist mij uiteindelijk toch de mond te snoeren.
‘Een psychologisch typje,’ dacht ik.
Durfde ’t echter niet te zeggen.
‘Dus wat wil je gaan doen?’ stelde hij nogmaals de vraag.
‘Niets.’
‘Daar hebben we ’t leger niet voor. Daar is ’t allemaal veel te duur voor, om mensen zomaar niks te laten doen.’
‘Ik vind ’t ook belachelijk dat er zoveel geld aan uitgegeven wordt.’
‘Wat bedoel je?’
‘Dat mensen zomaar met wapens lopen, andere mensen kunnen vermoorden met die wapens & dat dat dan allemaal betaald moet worden door de nederlandse maatchappij.’
‘Je bedoelt dat je niet in dienst wil?’
‘Dat zeg ik al de hele tijd.’
‘Dan zal je vervangende dienstplicht moeten aanvragen. Daar moet ik echter wel bij opmerken dat je dan door een hele mallemolen zal gaan. ’t Kost nogal wat moeite om voor vervangende dienstplicht in aanmerking te komen. Ben je godsdienstig?’
‘Wel zo opgevoed, maar nu niet meer.’
‘Er zou nl een kleine mogelijkheid zijn om in vervangende dienstplicht te komen als je vanwege geloofsovertuiging geen wapens zou mogen dragen.’
‘Maar ik wil helemaal niet in dienst.’
‘Wat bedoel je?’
‘Ik wil niet in dienst. Niet in ’t leger & ook niet in vervangende dienst.’
‘Maar dat kan helemaal niet.’
‘Jawel, als ik niet wil, dan ga ik gewoon niet.’
Hij maakte geen aantekeningen meer. Dit had zorgvuldige aandacht nodig, zo keek hij.
‘Dat zou betekenen dat je de gevangenis in gaat.’
‘Dat moet dan maar, maar in dienst ga ik niet.’
Toen maakte hij toch nog wat aantekeningen. & Ik mocht gaan. Hij vergat me bij afscheid de hand te drukken.

Enige maanden later kreeg ik ’t bericht dat ze me toch niet nodig hadden bij de verdediging van Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.