elastiekje

’t Is een klein probleempje. Als ik niet zo beweeglijk was zou ik er geheel geen last van hebben gehad. De oplossing ervoor was nog pietepeuteriger dan ’t probleem zelf. Ik kan ook wel een reden verzinnen waarom ik er zelf niet opgekomen was, maar dan krijg ik de 6e feministische golf als springvloed over me heen.
Heb ik overigens hele theorieën over, over ’t verschil tussen mannen & vrouwen & hoe dat tot stand is gekomen. Ik ben geneigd dat op een puur biologische manier uit te leggen, ’t onderscheid te maken in waar de mannen in de oertijd toe dienden & wat de taken van de vrouwen waren. Allemaal gedachtes die ik natuurlijk van andere grotere geesten heb gejat, maar waar je een prettig gesprek mee kan initiëren. Als je tenminste een gewillig oor beschikbaar hebt. Gebeurt niet al te vaak, want juist de vrouwen, waar ik doorgaans die gesprekken mee poog te voeren, zijn niet gediend met een opening als dat ze geen richtingsgevoel hebben omdat ze nou 1maal niet hoeven te jagen. ‘Geef mij de plattegrond maar, schat; dan gaan we nu hier naar links.’
Overigens zou ik ’t absoluut niet goed gedaan hebben in die oertijd, is mijn stellige overtuiging. Hoewel niet gespeend van een uitstekend richtingsgevoel, redelijk reactievermogen & een zekere souplesse in mijn bewegingen, moet ik bekennen dat mijn gevoelsleven een vergissing is van de natuur. In die zin: had de mens geen intelligentie gehad, dan had-ie de wetenschap niet verkregen om creaturen als ik te laten overleven. Intelligentie heeft ervoor gezorgd dat de minder geschikte mens-achtigen de kans kregen toch een leven te leiden. Ik ben een vergevorderd gevolg van die vergissing.
Ik bedoel maar te zeggen: een man zou niks hebben aan al die mededelingen over z’n zielenroerselen in de jacht op een zebra of tijdens ‘t verjagen van een bloeddorstige luipaard. Ware de mens niet zo intelligent geweest, dan had men mij gezien als een wanstaltig product, niet geschikt om in de wrede wereld, natuur geheten, te overleven.

Waar ’t me eigenlijk om ging: m’n riem was gebroken. Ik kocht een nieuwe. Bij de Hema. Ik blijf dat dé ideale winkel voor de mannelijke vrijgezel van mijn kaliber vinden. De hordes dames aldaar wijzen je als vanzelf de weg, in de onoverzichtelijke jungle van onderbroeken, worsten, broodroosters, jaloezieën & andere parafernalia, slechts overzichtelijk gerangschikt voor ’t brein van de hedendaagse vrouw. De Hema is uitgevonden voor de vrouw, de man kan er slechts van profiteren als hij zorgvuldig alle bewegingen aldaar bestudeerd. Met mijn gevoelsleven ben ik daar uitstekend geschikt voor. ’t Vergt alleen nog onnoemelijk veel woorden wil ik dat uitgelegd krijgen.
Die riem was te lang. Die zwiepte aan m’n linkerzij. Een overkomelijk probleem; gewoon een kwestie van je nergens wat van aan trekken, maar zogauw je dit probleem voorlegt aan een vrouw, krijg je onmiddellijk gratis, voor helemaal niks een tip uit grootmoeders huishoudboek.
‘Moet je er een elastiekje omheen doen,’ zei Sas, mijn collega, ‘dan kan je dat uiteinde erachter haken.’
Zo simpel, zo getuigend van vrouwelijk vernuft, zo vanzelfsprekend ook. Ik had ’t gevoel dat ik ’t al wist op ’t moment dat zij haar mond open deed. Maar dat de oplossing zich niet in mijn hoofd wilde vormen. Doordat Sas haar suggestie onder woorden bracht, vielen de puzzelstukjes in mijn hoofd passend in elkaar. Alsof ’t zich altijd al in mijn hersens had bevonden.

& Nu loop ik over straat, of op mijn werk, onbekommerd, zonder ergens aan vast te blijven haken. Gewoon, dankzij een elastiekje bevestigd aan mijn riem. ’t Ziet er niet uit, maar voor ’t gemak ga ik er maar van uit dat mensen liever naar m’n gezicht kijken dan naar m’n middel.

’t Jachtseizoen is wederom geopend in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.