geachte lezer,

’t Zal u niet ontgaan zijn dat ik ’t moeilijk heb. Misschien wel moeilijker dan men zich voor kan stellen.
M’n vader is de deur uit. Hij is weg bij m’n moeder.
’t Kon niet anders. Zo zou ’t beter zijn voor beiden, heeft m’n moeder ‘m geprobeerd uit te leggen. Hij begreep dat, zei hij op gegeven moment, met alle beperkingen die hij heeft om z’n gevoelens te uiten.
Maar net als hij snap ik ’t waarschijnlijk nog steeds niet. Niets mag ophouden, vind ik altijd, wil ik altijd vinden. Mensen mogen elkaar niet verlaten, zogauw ze hebben besloten van elkaar te houden, hun leven lang. Ik zou willen dat we dat zo simpel konden stellen.

Ik heb de afgelopen 2 jaar veel aandacht aan m’n vader besteed middels m’n weblog. ’t Zal de vaste lezers onder u vast niet ontgaan zijn. Of mensen die hun blik verder hebben laten gaan dan de tekst die hun in ’t midden van ’t beeld werd voorgeschoteld.
Met enige moeite is die stroom aan teksten over m’n vader op gang gekomen, ik kan me herinneren dat ik ’t in ’t begin zwaar had iets over m’n vader op ’t internet te plaatsen, maar toen ik 1maal wist waar ik mee bezig was, wist wat voor voorvallen ik moest vastleggen om vooral niet verloren te laten gaan, toen is er een continue vloed van verhalen over mijn herinneringen aan & de gebeurtenissen met m’n vader op gang gekomen. Nog lang niet volledig, gekleurd door degene die ’t allemaal opgeschreven heeft, maar niet minder dan een poging een monument voor m’n vader te bouwen. Voordat ’t te laat was. Voordat hij & de herinneringen aan zijn persoon verloren zouden zijn, vervaagd.
Want ’t lijkt alsof hij, naarmate zijn persoonlijkheid meer uit ’t oog verdween, uit ’t beeld zoals wij gewend waren hem te zien, vervaagde, een schim werd van de man die hij ooit was. Niet om minder van te houden, maar ’t kost zoveel moeite te beseffen, uit je hoofd te zetten, dat die man ooit beter was, in betere geestelijke conditie, rondliep zonder de ziekte van Parkinson, zonder Alzheimer. Een mens wil over ‘t algemeen dat z’n vader altijd dezelfde sterke man blijft die hij ooit was. Zeker met een vader als mijn broers & ik hadden (‘hadden’; ik zeg al ‘hadden’).

De huidige buurman van m’n ouders stuurde me een meeltje waarin hij omschreef hoe hij m’n vader zag als een éminence grise, vooral ook omdat m’n vader een man bleek die alles wist over vogeltjes & plantjes. Een man die hij met graagte zou aanspreken met ‘u’, vanwege de verdienste, vanwege de uitstraling die m’n vader had. Een man zoals ik me zelf ook slechts een enkele docent weet te herinneren, een enkeling die een dergelijke waardering weet te behalen. Ik was trots toen ik ’t las, ik zag niet meer de strenge vader die een enkele keer een afstraffing uitdeelde, ik zag niet de man die een zuidwester droeg voor ’t raam van de caravan & die wij zoons gezamenlijk uitlachten, ik zag de man niet die 100-en kms lang Henk Elsink & Toon Hermans draaide onderweg naar Zwitserland, ik zag niet meer de man die directeur was over een bunder meiden & hun docenten, ik zag niet de man die met liefde met sinterklaas z’n spaargeld opgaf om uit te geven aan cadeaus voor zonen, schoondochters & kleinkinders, ik zag niet meer de man die je emotioneel moeilijk kon bereiken, ik zag een man die trots op zich afriep, die van m’n moeder hield, een dansje maakte, z’n haren naar achteren kamde, z’n geuren achterliet in onze neuzen & z’n eigen eigenwijze neus naar voren stak.
Hoe een klein zinnetje een leven op een minieme wijze belicht. Z’n eigen ingang geeft. Elke gebeurtenis maakt een andere herinnering los, kleurt een ander beeld van de man die hij ooit was. & Kleurrijk kon je m’n vader zeker noemen.

We praten er over. Ik & m’n broers. Ieder op onze eigen manier. Met broers, met schoonzussen. Ik merk dat ik er niet meer zo goed in ben. Ik ben te lang vrijgezel. Ik heb ’t te lang, te veel jaren, alleen moeten oplossen. Sorry dat u daar slachtoffer van bent. M’n weblog blijkt een manier om emoties te ventileren, een methode die ik anders niet had gehad.
Maar ik ben kritisch. Ik mag niet zomaar over m’n vader schrijven. ’t Moet zich voegen in een groter geheel. ’t Moet mooi zijn, aan een bepaalde zelf gestelde standaard, kwaliteit, voldoen. Ik vind dat ik moet proberen literatuur te schrijven zogauw ’t over m’n vader gaat. Ik moet in ieder geval de moeite nemen daar te komen. Waarbij ik hoop dat men mij ’t gebruik van dit woord niet kwalijk neemt.

Ik schreef van de week Marjolijn nav een meeltje van haar:

Of ik er op een natuurlijke manier mee om ga weet ik niet, ’t is op zich natuurlijk heel gek dat je je gevoelens omtrent je vader & z’n langzame vertrek naar ver van hier, waar wij ‘m niet meer kunnen vatten & hij ons niet; dat je die gevoelens vertaalt in verhalen die je plaatst op internet. Ik blijf ’t een rare combinatie vinden, maar wel 1 die bij mij klaarblijkelijk werkt. ’t Verduidelijkt mijn standpunt, mijn gevoelens. Mijn manier van dingen op een rijtje zetten wordt er mee vergemakkelijkt; ik stop ze niet weg, zoals ik vermoedelijk zonder weblog wel gedaan zou hebben.
Natuurlijk dus niet. Maar ’t werkt wel.

& Dat ik:

perse alles wilde betrekken in de stukjes die ik schreef. Dat alles bij elkaar moest komen. Dat ik niet zomaar verslag wilde doen van ’tgeen ik dacht over m’n vader & z’n bijbehorende toestand, maar dat ik wilde dat elk stuk dat ik daarover zou schrijven iets moois zou zijn, iets diepers dan men elders op internet kan vinden, niet iets onbenulligs. Dat m’n vader dat verdiend heeft. Dat ik daarom schijnbaar op de achtergrond liggende gedachtes tevoorschijn moest halen, naar voren moest brengen, ze moest combineren tot iets meer dan gewoon een vertelling.

Wellicht te hoog gegrepen, zou men denken, maar ik heb in ieder geval een poging gewaagd. Ik denk dat m’n vader die poging verdiend heeft.

Gister raakte ik een ietwat van streek. Ik wist niet meer wat ik moest denken over de toestand van m’n vader. Ik was te ver weg geweest. Met m’n gedachtes, m’n redenaties, m’n oordelen over wat beter zou zijn. Voor m’n vader, voor m’n moeder.
M’n broer was plots langs. Jan. Met z’n vrouw & kinderen. Op m’n werk. Even een paar biertjes drinken bij mij. Terwijl ik aan ’t werk was. Hij was met z’n gezin in Amsterdam, ’t was nog herfstvakantie, & wilde nog even bij mij langs. Had me gebeld, had aan de deur gebeld, & was uiteindelijk op m’n werk aangekomen.
’t Enige waar we over konden praten was m’n vader.
‘Wist je,’ zei hij, hij onderbrak daarbij zelfs een zin van mij die ’t gesprek een andere kant op wilde doen manoeuvreren, ‘dat Pa gisteravond gehuild heeft?’
Brok in keel. Ik had de gevoelens van m’n vader, z’n vermogen tot begrip, verkeerd ingeschat.
‘Ik vroeg toen aan Theo,’ ging Jan verder, ‘heb jij Pa dan ooit zien huilen?’
Nee, dat kon Theo zich ook niet herinneren.
Ik zag alleen maar een vader die intens van m’n moeder hield, die krampachtig moeite wilde doen bij m’n moeder te kunnen blijven, maar daar ’t vermogen dit uit te drukken niet meer voor bezat. Ook de kracht niet meer.

Ondertussen ben ik bezig verslag te doen van m’n eigen verhaal. Zolang woorden voor míj toereikend zijn. Elk woord dient gewogen te worden. Want ik heb te maken met iemand die ’t niet meer machtig is. Ik waag een poging ’t verhaal van iemand te vertellen. Zonder die persoon daarvan op de hoogte te stellen, zonder ‘m te raadplegen. Eigenlijk m’n eigen verhaal, waarin m’n vader een belangrijke rol speelt, dat wel.

Ik zal heus nog wel stukken tekst middels deze weg over m’n vader publiceren. Maar ik besef terdege dat we op een keerpunt terechtgekomen zijn, mijn familie & ik. We hebben een grens overschreden. We zijn een pad ingeslagen die we niet terug kunnen gaan. We weten niet wat er hierna met onze vader gaat gebeuren, maar we weten wel dat ’t zeker niet beter met ‘m zal gaan. Hij zal steeds meer stappen zetten, moeizame stappen, verder van ons weg, maar wij hebben ‘m eigenlijk gedwongen een wel zeer grote stap te nemen, daadwerkelijk weg bij m’n moeder.

Ik wil m’n weblog niet geheel vullen met alle emoties die momenteel op me afkomen. Dan krijgen de lezers misschien een overdosis voorgeschoteld. & Ziet men door de torenhoge bomen aan emoties ’t bos van ’t werkelijke gevoel niet meer. ’t Geheel zal er niet leesbaarder van worden. Ik zal moeten doseren. Ik wil een monument neerzetten dat ook door anderen mooi bevonden kan worden.

Maar mocht men denken: wat is ’t stil hier? Of: wat schrijft-ie nu weer voor onzin? Dan weet men dat ik ergens anders mee bezig ben. Dat ik me even verschuil.
Ik denk niet dat ik ’t beter kan uitleggen.

Dus laten we ’t maar hierbij in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *