haas

‘Hé Ton,’ klinkt ‘t, waarna Gran weifelt over z’n verdere begroeting, zoals slechts Gran kan weifelen over de nederlandse woorden, ‘heb je een vrije avond?’
‘Ja, inderdaad. & Ik had ook een vrije ochtend, & ik had ook een vrije middag.’
‘Hmmm,’ hmmmt-ie, ‘da’s mooi.’
& Weer een stilte waarin ik weet dat-ie wat wil gaan zeggen, waarin z’n lach op z’n gezicht dat ook aangeeft, waarin z’n lichaamshouding er ook volledig aan meedoet, maar ’t o zo lang duurt voordat-ie er daadwerkelijk aan begint. Ik hoor de ‘hmmmm’ door z’n hoofd tollen, de ‘ahummmm’ z’n hersenen veroveren, op zoek naar de juiste nederlandse uitdrukking. Want engels vertikt-ie te spreken.

‘Hebben jullie ook nog (hmmmm) Boskeun?’
‘Nee, dat is al een tijdje uitverkocht. ’t Is een paasbier, hè. Vorige jaren hebben we daar veel van in huis gehaald, maar ’t verkocht niet. Dit jaar dus maar 1 kratje gedaan, zodat we niet een heel jaar ermee zouden blijven zitten.’
‘Ah, hmmm, ja.’
”t Spijt me verschrikkelijk.’
‘Hmmm.’

Hij staat op ’t punt iets te zeggen. Ik moet er maar een grapje van maken, dat haalt de druk van de ketel. Hij is blijkbaar te aangeschoten om snel genoeg de nederlandse woorden te vinden.
‘Kan je ’t ons vergeven dat we slechts 1 kratje in huis gehaald hebben?’
‘Hahahaha, hmmmmm. Nee, hmmmm, ’t is niet voor mij. Ik heb een vriend.’

Gran wil wel verder praten. Maar kan blijkbaar wederom niet de woorden vinden. Tijdens ’t zoeken in z’n hoofd naar de juiste uitdrukking houdt-ie z’n sigaar schuin voor z’n buik, z’n hoofd schuin richting plafond. Op zich is ’t al vermoeiend om naar die blik, die denkende zoekende blik te kijken, maar ’t wachten op een antwoord is helemaal een verzoeking. Want ik weet dat-ie na enige reaktie nogmaals de neiging heeft iets te gaan vragen.

Ik heb geen zin wéér een rondje bier te halen voor de amerikaanse bierverslaggever & de nederlandse bierkenners, die deel uitmaken van m’n gezelschap van vanavond. Ze hebben de hele middag al geen moer hoeven uitgeven dankzij mijn inspanningen. & Zolang ik met Gran lijk te praten geeft ’t me ff respijt voor ’t langzaam legen van m’n glas. Laat hun maar ‘ns geld uitgeven. Dan wil ik desnoods naar de langdradige pogingen van Gran luisteren om een nederlandstalige anekdote te vertellen. Als ’t al een anekdote is, want dat weet je bij hem pas aan ’t eind.

‘Hmmm, een vriend van mij, hmmm, hij verzamelt alles over hazen. Hmmm, moet je zien, hij spaart dus alle beeltenissen van een haas. Hmmm, & hij wil….’
‘Ohja, er staat natuurlijk een paashaas op ’t etiket van Boskeun,’ help ik ‘m op weg.
‘Ja, hmmmm,’ gaat Gran onverstoord verder. Hij kijkt ondertussen weer naar ’t plafond. Alsof hij kijkt hoe laat ’t is & ondertussen berekent hoeveel tijd ’t kost thuis te komen. ‘Hmmm, hij spaart hazen, dus ik ben dus op zoek naar ’t etiket. Hmmm, maar niet voor mezelf. Hij is, hmmmmm, binnenkort jarig. Ik wilde, hmmmmm….’ Stilte van enkele sekondes (wanneer gaan ze nou eindelijk ‘ns bier halen?). ‘Ik wilde hem die fles kado geven. Maar als jullie ’t niet hebben, hmmmm, dan, hmmm…’ & Weer is ’t stil. ‘Dan is ’t pech, hmm? Toch, hmmm? Niets aan te doen. Daar kunnen jullie, hmmmm, niets aan doen.’
‘Nee, wij wisten niet van te voren dat jij dat flesje nodig zou kunnen hebben.’
‘Nee, dat konden jullie niet weten,’ terwijl-ie nogmaals naar ’t plafond kijkt. & Vervolgens terugkeert naar z’n stek aan de bar.

Ik kan me eindelijk weer omkeren naar m’n gezelschap.
‘What kind of beer do you want to drink now?’ vraag ik.

De dorst blijkt in Zijperspace toch aanzienlijk meer aanwezig dan elders.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *