Humus Gele Woud

Ik ben net 1½e dag thuis & heb precies een kwartier om te schrijven. De rest van de tijd is verloren gegaan aan thuiskomst, zo voelt ’t.
& Bij thuiskomst bedoel ik dan in de problemen vervallen waar ik tijdens de 2 weken vakantie geen last van had.

Vlak voor we naar huis vertrokken raakte m’n wijsvinger nog net beschadigd. Voor ’t 1st moest ik de pleisters te voorschijn halen.
Die heb ik er al snel weer afgehaald. Rotpleisters. Plakkende varianten daarvan moeten ze nog steeds uitvinden, waag ik wel ‘ns te denken.
Dus heb ik daarnet m’n schoenen vastgemaakt, in de haast alles klaar te krijgen voor ik opnieuw met werk zou beginnen, met een veter die door m’n wond sneed.
Of ‘wondje’. ’t Is maar net hoe men ’t leed wil zien.

’tZelfde met lactose. Ergens tijdens die laatste dag heb ik iets verkeerds gegeten. Iets met lactose. Waar ik niet tegen kan.
Dat heeft me gedwongen de ganse maandag thuis te blijven. In de buurt van de bank, in de buurt van de wc, in de buurt van de kachel. Want moe, koud, misselijk & grote behoefte aan ontlasting de gehele dag door.
Wederom mag men ’t leed vanuit de eigen beleving beschouwen.

& Nu moet ik de deur uit. Zo snel mogelijk. Ik heb beweging nodig.
Nou dwingt m’n werk zich daar wel toe, maar m’n lichaam staat er bovendien extra hard om te schreeuwen. 2 Weken beweging gehad; m’n spieren lijken ’t niet leuk te vinden dat daar plots een einde aan kwam. Daar op die bank. Daar op die wc. Daar achter de computer, suf kijkend naar filmpjes die ik gemist had & o zo nodig omdat ik niets anders te doen had, een hele dag thuis, opnieuw.
M’n spieren schreeuwen dat ze niet stil gezet willen worden. Ze schreeuwen pijn.
Nou ja, ze brommen pijn. Ik moet ’t wel in ’t licht van de mogelijke leedbeleving van de toeschouwer zetten.

Onderwijl is ’t me toch gelukt humus te maken. Een kleine hoeveelheid. Want op de bonen die ik ervoor gebruikt heb moet ik zuinig zijn. Zoveel ruimte hadden we nou ook weer niet in de auto.
’t Zijn de bonen van de Friese Gele Wouden. Ik heb ze niet gezien, die Gele Wouden, tijdens m’n verblijf aldaar, maar ik ga ze vast weer zoeken. Ik stelde ze me alvast voor, terwijl ik paprika & peper aan ’t hakken & peterselie aan ’t plukken was.

Als men dus voorgaande heeft kunnen voorstellen, een kleine snede, een lactose-intolerantietje, 2 benen die enigzins onrustig zijn, kan men dan ook mijn verlangen, mijn diep gekoesterde verlangen voorstellen, zo tijdens mijn verblijf elders, naar een bos, een woud desnoods, dat geel schijnt, met basten van bomen die bij ’t schemerig doorschijnen van stralen zon, mij feeëriek lijken & mij vertellen van sprookjesboeken waarvan ik toen nog slechts de illustraties kon lezen. U ook misschien. Zo jong nog, zo vol fantasie. & Dat daar bonen staan te groeien die er om roepen humus te mogen zijn, waarvan ik nog geen weet had.

 – 200 gr Friese Gele Woudbonen (voor ’t weken)
 – handjevol peterselie
 – 1 sjalot
 – 2 tenen knoflook
 – 1 tl komijnpoeder
 – 1 groene paprika
 – 3 groene pepers
 – 4 el tahin
 – 3 el olijfolie
 – sap van 3 limoenen
 – zeezout
 – gemalen peper

Slechts 4 bakjes gevuld. Houdbaar tot 18 mei 2013.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *