Humus Tutoyee

‘Lekker,’ zeggen we telkens weer.
’t Kan niet vaak genoeg eigenlijk, tegen elkaar, tijdens elke maaltijd; ’t eten wordt er als vanzelf beter van.
Dus weerklinkt ’t elke keer als we iets aangenaams in onze mond stoppen. Want ’t is zelf bereid. Of zij heeft ’t zelf gezet. ’t Kan ook dat ik eigenhandig ’t gas heb aangestoken.

& Dat ik van haar hou mag ik vooral niet te vaak herhalen. Die paar woorden mogen hun meerwaarde niet verliezen. Als ’t begint te lijken dat de zinnen verzandt zijn in routine. Bij elke keer dat je zoiets duurs in je mond neemt, schraap je een beetje van de waarde ervan af.

‘M’n buik brandt van liefde,’ zeg ik evengoed plots.
De gedachte kwam me voor de lippen (soms denk ik met m’n mond, zo lijkt ‘t) & ik kreeg ’t gevoel dat m’n ogen de inhoud van dit nieuwe inzicht al aan ’t verraden waren.
‘M’n buik brandt van liefde,’ weerklinkt er dus over de veel te late ontbijttafel.
Hoewel ik weet dat er ook een boterham met humus m’n veel te lang ongevuld gebleven maag binnen glijdt. Niet alleen zelfgemaakte humus (‘Lekker,’ zegt ze) op een zefgebakken broodje (‘Lekkerrrr,’ herhaalt ze ietwat langgerekter), maar ook ham & kaas, plus een eigen kruidenmengsel (‘Mmmm,’ kreunt ze aan de overkant van de tafel) & tussendoor enkele slokken thee (‘Aaaahhh,’ gaat ’t daar door).

Ik hou m’n mond zoveel mogelijk. Ik mag van mezelf m’n woorden niet laten devalueren door haar opnieuw m’n liefde te betuigen.
Ik zeg ’t haar: ‘Ik wil je weer dezelfde dingen zeggen die ik je al eerder heb verteld.’
Ze knikt. Ze weet. Ze steekt een vinger in de humus & likt ‘m vervolgens schoon. Al knikkend, alwetend.
‘Deze is wel ontzettend lekker,’ moedig ik haar aan.
Met een opnieuw bekloddderde vinger zegt ze tussen de bewegingen van haar over de lippen likkende tong heen: ‘Nog lekkerder dan de vorige.’

Ik houd m’n mond. Probeer ‘t. Ik zoek naar de woorden die we nog niet hebben gehad. Een nieuw ‘lekker’ dat toch ‘tzelfde klinkt, een ‘lekker’ dat mijn trek in haar opnieuw kan verwoorden.
& Als we even later van ’t ontbijt in bed liggen uit te rusten & zij mij afleidt met haar heerlijke aanwezigheid, terwijl ik daar op zoek ben naar woorden waarom deze humus bereid is, om duidelijk te maken dat er alleen maar humus bestaat dankzij haar, dan weet ik de woorden plots te vinden.
‘Humus, dat ben jij.’
& Terwijl ik ’t haar zeg, ben ik al onderweg naar m’n toetsenbord.

 – 3 venkelknollen in plakken gesneden & besprenkeld met olie in de oven 30 min gebraden
 – 1 tl oregano (op de venkelplakken mee in de oven)
 – 3 blikken Flageolet-bonen van  265 gram (uitlekgewicht)
 – 4 tenen knoflook
 – 2 sjalotten
 – 1 tl komijnzaad
 – sap van 2½e citroen
 – 5 el tahin
 – 2 el olie
 – scheutje lekvocht van de bonen
 – zout uit de Kalahari woestijn
 – peper

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *