in antwoord op uw schrijven

Ik wil door iedereen gelezen worden, net zoals ik door iedereen aardig gevonden wil worden. Maar net als dat ik zal moeten accepteren dat ik door velen gehaat word doordat ik nou 1maal de persoon ben die ik ben, waar ik overigens niets aan kan doen, behalve door te stoppen met zijn wie ik ben, hoewel er dan weer anderen zullen zijn die mij hekelen, zal ik genoegen moeten nemen met ’t feit dat ik altijd geliefd zal worden door slechts een deel van ’t groter geheel. Slechts een deel van ’t groter geheel zal waarderen wat ik schrijf, slechts een deel van mijn geheel, ik zal altijd slechts ten dele tevreden zijn met de hoeveelheid liefhebbers van ’tgeen ik schrijf. Helaas ben ik ook niet de persoon om concessies te doen. Ik ben niet in staat mezelf af te vallen, mijn eigen persoon te verliezen, m’n eerlijkheid & daardoor mezelf op te geven.
Ik heb dwarrelende gedachtes, zo zei eens iemand me. Ik heb haar uitspraak wel eerder aangehaald. Ik zie ’t tegenwoordig nl als compliment. 1st Niet, hoewel ze ’t wel zo had bedoeld. Of in ieder geval als constatering, als analyse van mijn zijn. Ik dacht dat er gedoeld werd op ’t feit dat ik in mijn schrijven me niet kon concentreren op 1 aspekt. Eigenlijk is dat in zekere mate ook juist geconcludeerd, maar ’t gaat verder dan dat. Zo heb ik ’t tenminste mezelf uitgelegd. Als ik een bepaald iets in woorden probeer te vangen, een bepaald gevoel probeer om te zetten in taal, in geschreven woorden, dan gaan mijn gedachtes als vanzelf op zoek naar andere aspekten van datzelfde gevoel. Ik associeer, ik haal er andere facetten bij, ik voel, ik tast, ik probeer evenwicht te vinden, ik ben onzeker, ik hel over, maar krabbel toch langzaam naar ’t einde van ’t smalle koord waar ik mijn evenwicht op probeer te behouden. Dat is nou 1maal de consequentie van de weg die ik kies. Anderen durven niet zo makkelijk diezelfde koers te varen.

Ik heb vanmiddag gepoogd meer te balen van de broekriem die ’t plots begaf. De pin viel op de grond, juist op ’t moment dat ik in den vreemde op ’t toilet stond. Gelukkig was mijn broek op maat; zonder ‘m op te hoeven houden kon ik me op weg naar huis begeven. Desnoods hoef ik morgenochtend nogeneens onmiddellijk een winkel te bezoeken, derhalve een nieuwe te bekomen. Maar ik heb gepoogd meer te balen van de riem die ’t begaf.
Ik heb gepoogd meer ongenoegen te halen uit ’t feit dat ik geen rijst in huis had. Maar dan had ik misschien kronkelend over de vloer gekropen. Vanwege de 2 blokjes tuinkruidenbouillon met houdbaarheidsdatum maart 2002. Ik ontdekte ’t pas toen ik op ’t allerlaatste moment deze wilde toevoegen, er al van uitgaand dat ik met consumeren zou moeten wachten tot de volgende dag, vanwege de afwezigheid van rijst. Ik had dan waarschijnlijk meer happen genomen van de maaltijd die ik vanavond heb bereid, in zoverre je van maaltijd mag spreken als je de noodzakelijke rijst er niet aan toe hebt kunnen voegen. Maar ik heb in ieder geval meer ongenoegen uit ’t ontbreken van rijst proberen te halen.
Ik heb mezelf in een roes gedompeld. Een roes van duits bier. 3 Maal een ½e liter heb ik achterover geslagen. Zoals ’t een duitser betaamd. Dat is mij wel toevertrouwd. Ik weet tradities te waarderen. Ik weet ze naar mijn hand te zetten, zeker als ze betrekking hebben op ’t nuttigen van bier. Zeker ook als ik genegeerd ben, ongemoeid gelaten, al meer dan een jaar lang, door grote groepen niet begrijpende lezers, lezers die geen lezers zijn. Ik heb mezelf in een roes gedompeld zodat ik geen wroeging hoefde te voelen tegenover zij die niet verstaan wat ik hier in m’n 1tje sta te schreeuwen, waarbij ik heus wel weet: een schreeuw van aandacht, maar net zo’n schreeuw als al die anderen die via internet grote aantallen bezoekers, kijkers, gluurders, voyeurs, belangstellenden, vrienden proberen te scoren; ik sta te schreeuwen dat ’tgeen ik schrijf nergens anders gelezen kan worden, in ieder geval niet ergens anders op internet.
Verder heb ik geprobeerd een boek te lezen. Om ’t gevoel weg te drukken. Gewoon een boek. Enkele blz. Geconcentreerd. Gelegen in m’n bed. Vermoeid van ’t drinken. Vermoeid van ’t leven zoals ik leef. Vermoeid. Van ’t schrijven ook. Ik probeerde te lezen. Enkele blz.
Ik viel in slaap. De hoofdpijn die mij vlak daarvoor reeds parten speelde, ik zou ‘m wel ‘ns tot zwijgen brengen was de gedachte, kwam bij ontwaken als een beroepstrommelaar mijn rechterslaap visiteren.
Paracetamol was op ontdekte ik enkele momenten later.

Ik dwarrel. Of zo doen mijn gedachten. & Toch denk ik dat ik verdien door u gelezen te worden. Ondanks. Dankzij.

Ik ben een jaloers kreng, heb ik me laatst bedacht. Ik zie de grootste gehaktbal door mijn vader uit de juspan gehaald worden. Hij komt op ’t bord vóór hem terecht. Zíjn bord. Vervolgens deelt mijn moeder de op 1 na grootste & die er op volgend uit aan m’n broers naar gelang hun leeftijd. 1 Van de kleinste is mijn bekomst. Er zijn slechts 2 jongere broers onder me. Ik heb geleerd een jaloers kreng te zijn. Als ik iets lekkers krijg aangereikt stop ik ’t zo snel mogelijk in m’n mond. Niemand mag ’t hebben. Behalve ik. Er bestaat een grote concurrentiestrijd in een gezin van 7 mannenmonden. Er kan er maar 1 de sterkste zijn. De slimste. De handigste. ’t Meest gewiekst. ’t Oudst.
Ik dacht dat ik op latere leeftijd kon leven zonder jaloers te zijn. Maar op een gegeven moment stond ik te schreeuwen door een brievenbus. Om m’n toenmalige vriendin terug te krijgen. Omdat ik ’t niet kon hebben dat iemand anders aan haar zat. Sindsdien durf ik mezelf toe te geven dat m’n haren recht overeind kunnen gaan staan als ik een sukkel zie kussen met de vrouw van mijn dromen. Ook al is ’t een droom van 5 minuten, & vergeten bij ontwaken.

Ik wil gelezen worden. & ’t Voelen. Maar elke keer gelezen worden is niet genoeg. Altijd heb ik bevestiging nodig. Elke keer moet ik weten dat men mijn dansje leuk vindt. Zoals ik op de film op 3-jarige leeftijd een dansje deed in een kamer vol visite. Iedereen lachte om mijn rondjes om de tafel, m’n opa gaf met z’n wandelstok ’t ritme aan, z’n lach stond breed uitgemeten in beeld. Op een gegeven moment duurden de rondedansjes voor de ouderen, voor de visite, echter te lang, de lol was eraf. Maar ik bleef doorgaan, & barstte uiteindelijk in huilen uit. Omdat ik geen lach meer hoorde, geen aandacht meer kreeg.

Men zal nooit kunnen voldoen aan de eisen die men in Zijperspace stelt.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.