kerkhof

Ze komen hier vrijwillig om te sterven. Ze verkiezen zelf hun lot. Ik heb ze wel ‘ns weggejaagd door op ’t aanrecht te gaan staan, de ramen open te gooien & ze naar buiten te wapperen met een krant, maar 5 minuten later kwamen de 1e toekomstige sterfgevallen alweer ’t keukenraam bevolken. Ik laat de deur expres open staan, mochten ze zich bedenken. Maar als ik de volgende dag kijk, dan is de vensterbank al veranderd in een vliegenkerkhof. Ze kunnen niet tegen de hitte van de directe zon. Dan schroeien ze blijkbaar hun pootjes & blijven ze niet meer plakken. Neergekomen op hun ruggetjes drogen ze dan al snel uit. Ik zie ze slechts zelden spartelen, zich verweren tegen de onherroepelijk intredende dood. Ze laten ’t meestal over zich heen komen, te moe van ’t zoeken naar een uitweg. Of misschien is ’t wel echt zo dat ze puur vrijwillig mijn keuken hebben verkozen, bedenk ik dan wel ‘ns. Als ik ze aantref. Hebben ze reeds afscheid genomen van ’t volk. Net als eskimo’s. Die lieten zichzelf ook achter om te sterven als ze slechts tot last voor de rest waren.

Deze was dus eigenwijs. Ik was ‘m gisteravond al tegengekomen. Midden op ’t aanrecht. Ik zag een zwarte vlek in ’t donker. Ik trapte er met m’n vinger tegenaan. Zoals we vroeger in ’t klaslokaal in de lesbanken voetbalden met propjes papier. Ik deed ’t vooral omdat ik niet wist hoe dood of levend de zwarte vlek was. Wist niet eens hoe ik ‘m anders dan vlek moest definiëren. Ik had ’t licht al uitgedaan, maar had toch nog iets lekkers uit de koelkast nodig. In de laatste schemer van buiten, misschien ’t weerkaatsend stadslicht dat m’n keuken bescheen, zag ik iets zwarts. Grijs misschien, maar verder kon ik niet onderscheiden. Terwijl ik dacht dat ik alles had schoongemaakt. De fles Ajax stond er nog als stille getuige van deze activiteit. Ik moest toen de vlek controleren op z’n identiteit. Wat & hoe. & Hoe was ’t mogelijk dat ’t daar terecht was gekomen. Daar ging ’t me om.
Als ik geweten had dat ’t een vlieg was, dan had ik ’t niet eens willen aanraken. Ook niet al vingervoetballend. Ik gebruik over ’t algemeen hooguit een vuist of een snelle platte hand om irritante wezens te vermorzelen. In 1 klap. Niet nadenkend. Overdonderende vernietiging. Splet! Voor de rest vermijd ik aanraking met dergelijke beesten. Eigenlijk kan alleen een hond van mij een liefkozende, vertrouwelijke, tot begrip geneigde aai verwachten. Maar dan houd ’t ook op.
’t Was dus niet bedoeld als aai. Meer als onderzoek. Tastend. Toen ik de neiging tot stuiteren in de schemer had weten te ontwaren, welke kant ’t op wilde gaan & hoe vaak op & neer, begreep ik dat ik te maken had met een insectachtige. Daar maakte ik m’n vingers niet aan vuil, concludeerde ik, laat staan m’n aanrecht, maar dat was voor later zorg. 1st Mezelf verwennen op ‘tgeen ik uit de koelkast had getrokken. & Er een nachtje over slapen.

Vanochtend heb ik met een dweiltje, net schoon uit de was, ’t diertje wakker geschud. Ik wilde wel ‘ns weten wat ’t daar deed. Ik dacht dat neervallen van ’t keukenraam naar de vensterbank een rechtere lijn, meer rekening houdend met de zwaartekracht, zou vormen dan van ’t keukenraam naar ’t randje van m’n aanrecht. Toch bijna een meter verschil met de verticale val.
’t Vliegje begon onmiddellijk levendig te spartelen. Geen teken van dood. Geen enkel. ’t Had zich gewoon een beetje stom gehouden. Blijkbaar genietend van mijn schoonmaakwoede, die ik gister op ’t aanrecht had losgelaten.
Overigens was ik tot op dat moment ervan overtuigd dat vliegen liever in een hoop stront zitten dan zoiets schoons als mijn keuken & toebehoren. Ze gaan voor alles dat neigt naar vies, ranzig, afval & in ’s mens ogen oneetbaar. Dacht ik.
Deze blijkbaar niet. Maar ik heb hierboven al moeten concluderen dat deze waarschijnlijk eigenwijs was.
Hij maakte een heel kabaal, na ’t korte stootje met de dweil. Kermend & schreeuwend bewoog ’t zich over de lengte van m’n aanrecht. Zo leek ’t in ieder geval. ’t Geluid verzon ik er zelf bij. Maar als ik zelf een vliegachtig beest zou zijn geweest, dan had ik naar alle waarschijnlijkheid m’n gehoororganen moeten afdekken, zo ging deze tekeer na mijn aanraking met de dweil. Nu hoorde ik daar niets van, maar moest ik dit concluderen uit z’n bewegingen. ’t Beest maakte behoorlijk leven. Alsof ik ‘m mishandeld had.
Toen had ik er genoeg van. Mij een beetje valselijk zitten te beschuldigen! Ik ben nog te laf om een zoogdier met handschoenen aan te raken. Behalve dan ’t verschijnsel hond.
Mijn vlakke hand deed z’n werk. Razendsnel. Zodat ik er niet over hoefde na te denken. Dat is nl mijn grootste manco: ik denk over dit soort dingen na.
Splet!
Ik vloekte er ook nog even bij. Beledigd als ik was.
Bied je ze zóveel ruimte. & Dit is wat je als dank terugkrijgt.
Dat dacht ik dus. Zo ongeveer.

De overblijfselen werden bij de volgende grote schoonmaak weggespoeld uit Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.