klak

Alle vaders luisterden op zondag naar klassiek, maar die van mij, die van ons, naar jazz. Elke zondag weer. Daarbij ijverig in z’n jazzencyclopedie noterend, bandjes spoelend, vingers klakkend.
’t Waren er 3 of 4. Hij gooide ze de lucht in, zo ongeveer vlak boven z’n schouder. Meestal zat-ie dan wat voorover gebogen, over z’n plank. De plank waar-ie al z’n boeken op kon leggen, z’n typemachine, z’n aantekeningen kon maken. Voorover gebogen zat-ie te luisteren naar z’n muziek. & Als-ie genoot sloeg-ie met z’n vingers.

Klak.

Daaraan kon je zien dat m’n vader jong was geweest. Maar dat wisten we niet. Wij dachten juist dat ’t vertelde dat-ie oud was. Dat ’t iets was uit voorbije tijden. Wij kenden hem niet anders dan oud, dus al z’n gedragingen zouden wel gelijk zijn aan z’n leeftijd. Z’n ouder zijn dan wij.

Klak.

M’n vader vermaakte zich. Voor zich enkele aantekeningen. Of die encyclopedie. 1 Van de 2 delen. Jazzrecordings tot & met de jaren 40.
Hij richtte z’n hoofd op om m’n moeder aan te kijken. Een zoete glimlach, z’n slechte tanden nog net verborgen. Een spitse neus naar voren. Gericht op m’n moeder. Ik geloof dat m’n moeder die blik niet kon weerstaan. Ik kan me niet herinneren dat m’n vader in haar ogen ooit iets verkeerd deed op zondag.

Klak.

Z’n blik weer gericht op ‘tgeen hij mee bezig was. Jazz, genealogie, plantjes. Alles even secuur. & Toch elke keer z’n vingers die boven z’n schouders uitstegen. Een klakkerdeklakklakkende klak. 3 Vingers. Of 4. We wisten niet hoe hij de truc deed.

Klak.

We gingen naast ‘m staan. De hand gereed. Vingers uit elkaar. De andere hand erbij, om voorzichtig aan de vingers aan te geven waarvan we dachten dat die moesten klakken. Tegen elkaar aan moesten slaan. & Om ons vermoeden over ’t geluid uit te drukken. Een vinger die wijst naar ’t toekomstige geluid dat in de ene hand ligt bezworen.
Pa deed ’t voor. Nooit te veel, zodat we ’t exact konden kopiëren. Alleen om aan te geven dat ’t precies op de muziek ging. Zijn muziek. Jazz, soms ‘t Kliekske. & Met z’n oude, veel oudere vingers, waar kloven in stonden, waar z’n nagels breed stonden, de knokkels veel duidelijker dan bij ons naar buiten wezen, ’t eelt verhard, de randen grijzend of misschien wel bruin verwordend van door ons vermeende ouderdom, gaf-ie aan hoe ’t ging, dat geluid.

Klak.

Z’n hand boven de schouder. Vingers lichtelijk van elkaar gespreid. Duim lichtelijk naar voren. Gebogen naar de palm.
& Daar tussenin ergens een truc, waar wij niks van wisten.
De arm naar beneden, snel, tot vlak naast z’n middel. & Vervolgens:

Klak.

Snel op elkaar volgende vingers. Niets meer. Maar voor ons een zweepslag. Een zweepslag van geborgenheid, van zondagsrust, van op je eigen kamer zitten & de tijd van de wereld hebben om te spelen, met tussendoor een kopje soep. Een zweepslag op ’t juiste moment.
Onze vader wist alles van ’t juiste moment. Wist ook alles van jazz. Daar wilden wij echter niets van weten. Wij wilden:

Klak.

& Dan liefst van klakkerdeklakklakkende klak in Zijperspace, supersnel.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.