kutdag

Om de 2 klanten zag ik me gedwongen naar een zakdoek te grijpen. & De voorraad die ik meegenomen had, waarvan ik eigenlijk dacht dat ’t belachelijk groot zou zijn, toereikend voor 2 dagen, was na 4 uur geslonken tot ’t zakdoekje wat ik nog in m’n broekzak had zitten. Zelden mezelf zo vloeibaar gevoeld.
Vooral nadat ik me tegenover een klant uitsprak: ‘Je staat verbaasd over uit hoeveel vocht je lichaam bestaat.’
”’t Menselijk lichaam is bijna alleen maar water,’ wist deze wijsneus te vertellen, ‘dus zo vreemd is dat niet.’

Een tafeltje waarop ik 3 kratten bier had neergezet, besloot over te gaan hellen naar de kant waar zijns insziens zich onevenredig veel gewicht bevond. Ondanks m’n algehele malaise was ik attent genoeg om de kratten tot ‘tzelfde overhellen te weerhouden. Maar dat kostte me wel een schaafplek. Met 2 sneeën in ’t midden, vanwege kleine scherpe uitsteekseltjes aan ’t randje van de bovenste krat.
De klanten waren m’n niessalvo’s ondertussen gewend (sommige mensen beweren dat je aan dat volume nooit zal kunnen wennen) & mijn duiken onder de toonbank vanwege snuiten hadden ze ook al lijdzaam aanschouwt, dus mezelf bedienen van 1e hulp werd schijnbaar beschouwd als een logisch vervolg hierop.

Op m’n werk was ’t geen probleem pleisters te vinden, want ik had een vaste klant nog maar net vorige week daar op uit gestuurd. Een grote, want noodzakelijke, plakkaat heb ik zodoende op m’n onderarm kunnen bevestigen.
Bij verwijdering thuis bleek ik slechter voor m’n eigen ehbo-kist te zorgen, want slechts een pleistertje ter grootte van de helft van de wonde vond ik aldaar.

Ach, ’t zou toch een kutdag worden, want vandaag zouden m’n baas & ik onvermijdelijk ruzie krijgen. Zogauw koninginnedag ter sprake zou komen, gecombineerd met mijn mogelijke aanwezigheid daarbij, zou ’t hek van de dam zijn. Zo had ik me in ieder geval van te voren voorbereid.
Hij zou ’t uitgangspunt hanteren dat omdat de winkel open was, ik zowiezo zou moeten werken. & Ik zou daar tegen inbrengen dat ’t een vrije dag was & dat ’t niet in m’n cao stond dat ik wel zou moeten.

Bij sluitingstijd was de spanning al tamelijk hoog bij mij opgebouwd. Ik wilde zo snel mogelijk naar huis, onder ’t mom van algehele konditie. Ik zat te puffen & te zuchten, maar niet alleen omdat de diskussie er aan zat te komen.
Uiteindelijk deed Jos z’n mond open vlak voordat ik ’t pand verliet.
‘Hé, Ton, ik vond ’t fantastisch dat je vandaag evengoed gewerkt hebt. Voor ’t zelfde geld had je je ziek gemeld. Had ik niet raar gevonden in jouw toestand.
Maar iets anders: je bent morgen gewoon vrij hoor. Vroeger was ’t zo dat men gewoon moest werken op koninginnedag, maar sinds vorig jaar ben ik daar vanaf gestapt. Ik heb geen bandje dat speelt, & ik heb geen tap; ik kan ’t wel in m’n 1tje aan.’
‘Nou, als ik morgen weer fit genoeg ben, kom ik misschien wel ff langs een biertje drinken.’

Kijk, zo ben ik dan ook wel weer. De spanning was er af. Dan kan ik net zogoed hem ook ff gezelschap houden. Of gaan schuilen in de winkel voor de regen. Daar heb je natuurlijk ook een biertje bij nodig.

Onderwijl is Zijperspace nog wel behoorlijk vloeibaar.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *