Middenveld

Ik vind dat ik niet met ‘allereerst’ mag beginnen, maar dat is wel zoals ’t gebeurde.
Er was 1st nl niets aan de hand. Allereerst een man met streepjestrui, breed horizontaal gekleurde kabels, ik zag hem tussendoor de bomen. Kennelijk hond die uitgelaten moest worden, hoewel door de bomen de hond niet zien. & Terwijl ik midden diezelfde beschaduwende eiken & beuken voortging, hij ’t open veld, zag ik hem steeds terug blik vangen.

Dat dacht de andere man ook. Maar hij ging frontaal, over net zo open veld, hem tegemoet.

Ik vond onderwijl de ouderwetse appie-tassen, zonder ’t daadwerkelijk te beseffen, vreemd. Je wilt er niet over nadenken, maar ’t stempel ‘rraarr’ sluimert & spookt, vormt evengoed geen betitelend woord.
Appie-tassen, met die hengsels nog in ’t ontwerp vervloeid, overlopend in de tas zelf, midden in ’t veld. Een tijdelijke prullenbak, was een vage geruststellende oplossing die mijn hoofd vond die op zijn beurt zich eigenlijk meer bezig hield met wat er zoal voor m’n voeten bevond. Bladeren, boomstammen & – takken, maar vooral ook paddenstoelen. Soms weet je niet waar ze plots kunnen zijn; druk bezig met ze proberen begrijpen.

Terwijl ik trancematig door bier plus paddenstoel me richting prullenbak manoeuvreerde, je moet immers anoniem vanuit een bos tevoorschijn zien te komen, zwelde ’t volume van de omstebeurt-mannen. De 1 hoog, de ander zogenaamd berustend, maar even schallend bij zoveel leegte naast wat bos was.
Ik ondertussen mijn prullenbaksessie via ’t ‘evenzo veld’, toch minstens 20-tal meters van hun schal verwijderd.

‘Fuck you,’ klonk ’t, met mijn slurpende blik, ‘fuck you.’
‘Maar ik wil gewoon wat tegen je zeggen,’ zei de ander.
De appie-tassen werden kort verplaatst, alsof dat zin had. De verstoorder deinsde weg, hernieuwde daarna zijn niet-stoor-argumenten, stap vooruit, halve stap achteruit, 2 stappen verder met armen die vlakke binnenkant handen lieten zien.
Waar was die hond nou?, vroeg ik me af. & Lag m’n blik al bij de rest van prul? Bierblik bedoel ik dan.

Ze moeten nog minstens 10 min door zijn gegaan, terwijl ik doorliep richting fiets, gezien hun beider mate van niet opgeven. De conversatie was er niet zolang de ander niet verstond. ’t Schreeuwde over ’t veld, ’t kaatste de bomen, de vogels verstomd met commentaar.
Ze vroegen om elkanders gelijk & elkaars verstaan, ik flipte m’n volgend blik & verzonk daarin met toenemend waas.
Beter zo: mijn ’t bos & hun ’t luidruchtig veld.

Mijn ’t Zijperspace daarnaast erbovenop.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.