Nachtbiebbraken

Tot diep in de nacht ben ik bibliothecarisje aan ’t spelen. Er is een hoop materiaal binnen gekomen. Een serie.
Ik heb ze al geteld. Misschien al meerdere keren, op verschillende manieren. Maar waar ik ze dan nogmaals geteld heb, deed ik dat op een andere manier. Niet fysiek die 2e, of 3e, keer. Administratief. Of in gedachten. Of in tijd. Schattend. Dat is ook tellen. Afwegen wat de redenen zijn om ongeveer rond dat getal te gaan zitten met je schatting, marge omhoog of omlaag, afwegen aan ander aspect.

‘Bibliothecarisje’ is niet alleen annoteren, catalogiseren, rubriceren. Besef ik me met een rug die veel te lang krom heeft gestaan.

Ik ben aanbeland bij boekjes (groter zijn ze niet) van voor m’n geboorte. Ik zou bejaard zijn als ik er toen al was.
De mensen die ze geschreven hebben, toen al kromme wetenschappers, dezelfde reden waarom ik hierboven kort de neiging had te gaan klagen, hebben lang geleefd vanwege hun gedurig in beweging gezette hersenen, maar Covid-time hebben ze vast niet mee mogen maken.
Ze zouden niet hebben begrepen waarom ik tijd in ’t engels heb geschreven. Zij zijn nog van ‘temps perdu’.

Ik geloof dat ze wel net zo teder met de boeken (waar ik ‘boekjes’ zou moeten schrijven, maar ik wil de tederheid in hun grootsheid leggen) zouden zijn omgesprongen. Even achterkant hand schuivend over de kaft. Zacht de zijkant, niet de hoek, van de omslag omslaand om de inhoudsopgave te bewonderen.

Ik lees namen van auteurs, die elk afzonderlijk nog een RK-inslag lijken te hebben. & Als ’t enigszins buitenlands overkomt, is ’t van hugenoten-origine, of licht-franse of -duitse import. Staat er wel Dr. voor de initialen.
Doet me nog een keertje aaien over de kaft.
Ik weet niet waarom ik emotioneel ben bij dergelijk oud. Dergelijk geen contact meer kunnen krijgen buiten wat door hen geschreven is.

Stuk voor stuk type ik de titels, auteurs, druk & voeg daarbij mijn eigen aantekeningen toe aan mijn uiteindelijk bestand. Nr in vet. Titel in cursief. Spaties & tussenhaakjes op gepaste plekken. Gestandaardiseerd door 1st nadenken & dan pas beginnen. Geleidelijk aan aanpassend & wat ik al gedaan heb alsnog voegen naar de nieuwe, slimmere standaard. Zodat geen enkele nieuwe titel, met wat voor uitzonderlijkheid ook, niet zou kunnen passen in ’t systeem dat ik voor ze ontworpen heb.

De meeste boekjes zijn van slechts enkele eigenaren geweest. ’t Is evengoed een verzameling samengesteld uit meerdere collecties. Over een leven lang verzameld & als totaal meerdere doden meegemaakt.
Kinderen of echtgenoten achterlatend die niet anders wisten dan ’t daar te laten waar ’t nog iets van een goede bestemming leek. & De hun opvolgende wezen & weduwes.
Aai van rug hand. Middenstuk boek recht trekkend. Niet te hard; ’t moet z’n stugheid kunnen behouden.

Ezelsoor. In de hoek van binnenkant kaft, richting rug.
Geïrriteerd probeer ik te corrigeren. Terug vouwen wat misschien al 50 jaar dubbel gevouwen zit. Plaatsen waar ’t ooit hoorde te zitten.
Als ik ’t zo weer laat voegen tussen de kaft & omliggende juist gefigureerde bladen, ik gebruik de verkeerde woorden, maar zij begrijpen me wel, dan komt ’t wel goed. ’t Duurt vast nog even voordat ik ’t boek opnieuw open sla. Tegen die tijd is de kreuk z’n eigen wispelturigheid moe, wellicht vergeten & kan hij de reeds ingezette slijtage wellicht kwijt zijn als de rest van de bladen ernaast ander leed hebben moeten lijden om hem dat extra beetje bescherming gedurende de jaren te geven.

’t Heeft me wakker gemaakt in m’n dromen over boeken.
Ik pak nog een bier uit de koelkast. Wintertijd heeft tenslotte toch al ingezet. Wij, m’n boeken & ik, mogen nog wel even bekomen van onze 1e uitgebreide kennismaking. Wie weet hoe lang ’t duurt vooraleer we elkander opnieuw in ogenschouw nemen. Al dan niet met ezelsoor.
Ook ik. Van gelijkende ouderdom dan.

Heerlijk een snotterende neus van vergeten stof bekomen in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *