neus

& In die morgen van de 10e april, die morgen, ’t was nog geen 11 uren oud de dag, keek ik mijzelf in de ogen. Om te controleren of er iets veranderd was.
Er moeten nl grenzen zijn die overgestoken dienen te worden. & Een mens vindt ’t prettig om een markering bij ’t overschrijden te bemerken. Niets zo fascinerend als een 3-landenpunt waar de lijnen tussen de gebieden zichtbaar zijn gemaakt. ‘Nu ben ik in Nederland, nu in België, Duitsland, Nederland, België,’ etc. Wie heeft op bepaalde plek niet staan huppelen met die gedachte in ’t hoofd & onbekommerd zonder paspoort op zak?

Veranderd? Was er iets veranderd dan, behalve dat de wetenschap van de eindigheid zich in me genesteld had?
Ik kan nu niet meer over straat lopen zonder te bedenken dat de persoon die ik toevallig passeer, of in ieder geval 1 van de personen die ik ga passeren, binnenkort niet meer bestaat. Of er schiet me een ogenschijnlijk willekeurige herinnering te binnen, over een camping in Frankrijk, 20 jaar geleden, waarbij ik me bedenk dat velen van hen, die daar net als wij hun vakantie doorbrachten, inmiddels ook vertrokken zijn.
Als Carel, dan toch zeker ook anderen? Niet meer dan logisch.
’t Enige wat me ontbreekt zijn de namen van hen die er niet meer zijn. De gezichten vaak ook. Hoe kan ik de gelaatstrekken zien van mensen die mij niet interesseren, aan me voorbij gaan & die straks verdwenen zijn?
Ze waren er niet, dus kunnen ze niet verdwijnen. Ze kunnen hooguit verschijnen in hun verscheiden. Hier is een lege plek, luidt de aankondiging in de krant die mij toevallig onder ogen komt.
Ik denk dan niet: dat was de man die mij vorige week met de auto links voorbij kwam.

Ik keek in de spiegel dus. & Zag niks.
Misschien waren ze een beetje moe, m’n ogen. Een doffe glans van ’t ontwaken dat nog niet voltooid is. Dat zou vorig levensjaar niet veel anders zijn geweest.
Ik bewoog me een beetje dichter naar de spiegel. Controleer of alles er nog zit. De kleuren waar ik aan gewend ben. ’t Pupilletje, de adertjes, de dikke rand die ietwat bolt aan de onderkant.
& Gerustgesteld voor ‘t niet kenbare, ’t niet herkenbare, alles is ‘tzelfde, of anders in ieder geval zo weinig verder geslopen, als een slak die de weg van Den Helder naar Maastricht bezig is te voltooien & wij kijken van boven op de kaart elke dag hoe ver hij al gevorderd is, 1:200.000, & niets wijst er op dat hij ’t eind ooit zal bereiken, maar toch weten we dat ’t ééns zal gebeuren, gerustgesteld dat ’t ooit wel zal plaatsvinden, maar nu nog niet, niet nú, nog, niet, straks pas, later, keerde ik me van de spiegel af & zag in ’t voorbijgaan, ’t keren van ’t hoofd, maar de ogen die nog aan de spiegel zaten gekleefd, dat m’n neus een raar dakje heeft.

Een dakje? Een dak zit ergens bovenop! Een dak schermt af voor alles wat van boven komt, heeft een verticale functie & derhalve bevindt een dak zich altijd hoger dan ‘tgeen ’t afdekt.
& Bij mij zit die dak, dat dakje, dus vooraan. ’t Is meer een schutting.
Een schutting die ik nog niet eerder had opgemerkt.

M’n wijsvinger is in alle paniek al onderweg. Beroert ’t stukje vlees daar vooraan aan m’n neus.
’t Kan naar links & ’t kan naar rechts.
Stom ding. Ik zie m’n uitdrukking & denk ‘stom ding’.

Waarom heeft niemand mij dat ooit verteld?

Of is ’t tevoorschijn gekomen na 42 jaar mezelf bedotten & nu ik ontdekt heb dat niets dood te zwijgen valt, mezelf voorliegen over alles & ’t einde van dat alles tegelijk, wil de wetenschap dat ook dát bestaat m’n lichaam uit.
’t Heeft zich opgehoopt, alles wat ik mezelf valselijk heb voorgespiegeld, is een gezwel gaan vormen dat zich een weg zocht uit mijn lichaam, maar kon geen opening vinden zolang ik niet toegegeven had dat mezelf inbeelden dat ’t anders was niet de waarheid is, niet de waarheid zal blijken te zijn, ook nooit was.
& Nú, bij ’t vingerklikken van de ene dag naar de andere dag, op de kaart van welke weg wij afleggen is ’t niet meer dan zo’n vingerklik, 1:200.000.000.000, heeft ’t zich aan me opgedrongen & wordt m’n hoofd een gok: ik weet niet meer waar ’t heen gaat & kan nog slechts m’n neus volgen.

Ondanks dat verandert er dus niet zoveel op de dag dat je 42 wordt in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *