ochtendplas

Vanochtend heb ik ’t mooiste stukje geschreven tot nu toe. Beter kon ik niet, dacht ik, hoewel ik beter wist. Maar ’t was een fantastisch goed stukje, dat was zeker.

Ik werd gewekt door m’n ochtendplas. Of eigenlijk m’n behoefte er aan: m’n blaas stond op knappen. Net als elke andere vroege ochtend (ik zou hier een Ochtendplas-O-Meter moeten neerzetten; dat zou pas interessant zijn: dan kan men zien hoe regelmatig mijn leven eigenlijk wel is).
Ik maak van m’n tocht richting wc altijd gebruik om een hengst tegen de muis te geven, zodat ’t beeld weer op ’t comp-scherm verschijnt. Teruggekomen kijk ik dan of er nog belangwekkende dingen zijn verschenen op m’n comp dan wel internet. Ik lees een meeltje, neem m’n eigen teksten nog ‘ns door & verbeter hier & daar nog wat. Die handelingen zijn inmiddels een soortemet ochtendritueel, lang voor opstaan, geworden.
Ik ga daarna weer in bed liggen, val snel weer in slaap & wordt enkele uren later defintief wakker.

Vandaag echter niet. Ik ging verder met m’n boek. Was ’t plan.
Ik raakte al lezende meer & meer bevangen door een stuk tekst die zich langzaam in m’n hoofd ontwikkelde. Zin voor zin vormde zich. ’t Leek een onontkoombare struktuur te hebben, alles volgde als vanzelf op elkaar. Ik hoefde niet echt na te denken; de associaties deden zich aan als logische gevolgen.
’t Enige wat ik hoefde te doen was opstaan & teruglopen naar de comp. Ik was nu weer fit genoeg. Ik kon enkele blz van m’n boek lezen, dan kon ik ook een tekst in getypte woorden omzetten.

In gedachten zette ik nog ff de puntjes op de i. Liet ’t geheel zich nog ff door m’n hoofd afspelen. Bedacht me dat ’t wel een verschrikkelijk goed stuk schrijven zou worden. Beter had ik tot nog toe…

Toen brak fase 2 van de nachtrust aan in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.