onveranderd

Zoals altijd liep ik weer te hard van stapel. Wat ervoor zorgt dat ik ’t nu héél rustig aan moet doen.
Geef me een vinger van ‘de ziekte voorbij’ & ik wil gelijk de hand van de volledige marathon lopen.
Dat laat zich vrij snel straffen.

Lichte paniek ontstaat: zou ’t nog wel goed komen?
Ik kan niet meer op de bank zitten of m’n nek begint te verkrampen. Mag daar dus niet meer plaatsnemen, want ik had toegezegd dat ik morgen weer zou werken.
Achter de comp ook niet, want ’t gestaar naar ’t scherm veroorzaakt waarschijnlijk dezelfde spanning. Gaan lezen in een stoel, of anders in bed? De angst weerhoudt me ’t uit te proberen.

Ontspannen dus, geduld hebben, zoals ik dat aan ’t begin van de dag ook had moeten hebben; of eigenlijk: zoals ik dat afgelopen week wel heb gehad.

Nog vele malen zal ik m’n neus stoten. ’t Is nu 1maal de aard van ’t beestje. Nooit rust in de kont, tenzij ik wérkelijk geveld ben.
’t Is alleen verschrikkelijk vermoeiend dat ik ’t van mezelf weet, maar toch elke keer dezelfde fout maak; dat ik die fout maak, terwijl ik me tegelijkertijd bedenk dat ’t consequenties kan hebben.

Niets zo onveranderlijk als Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.