opruiming (dl 2b)

Terwijl Myrte de hoogslaper in elkaar zet, ben ik druk bezig met m’n afwas. Die moet aan kant zijn voordat de tap aankomt. Die zal nl de komende week de gehele aanrecht in beslag nemen. Slechts ruimte voor de wasbak blijft dan over.

& Hoewel ik de hele tijd denk: ‘Gadverdamme, wat is dit toch vervelend werk’ slaat toch een bepaalde verslaving toe.
Want na de afwas moet gelijk maar de aanrecht aan kant gemaakt. Daar blijken glazen te staan die er ietwat dof uitzien; die moeten ook schoon. Net als de theekopjes boven de ijskast: vele vlekken kunnen met een schuursponsje weggewreven worden.

‘Gadverdamme, wat is dit toch vervelend werk.’
IJskast? Zal ik die ook meteen maar meenemen? Vele vingers staan daar in groezelig zwart op de deur afgedrukt, op de plek waar je ‘m opentrekt, op de plek die ’t meest in ’t oog valt. & Hele lange zwarte lijnen lopen van halverwege de afsluitstrip naar beneden. Meteen de vlekken op de wasmachine wegwerken.

‘Gadverdamme, wat is dit vervelend werk.’
Maar ik zie ’t gasfornuis glanzen van verderfelijke viezigheid van vele maaltijden.
Nee, die moet ik nog maar ff laten staan; dit zal een wel zeer grote inspanning getroosten. Dat moet ’t magnum opus in m’n schoonmaakwerkzaamheden worden. Die bewaar ik dus voor de woensdagochtend. ’t Mooiste moment om de schijnheilige frisheid uit te stralen.
Bovendien is dit zulk verschrikkelijk vervelend werk, daar moet ik niet te lang mee doorgaan.
Spreiden, vooral spreiden. Morgen heb ik bijv ook nog een vrije dag.
Heeft Myrte niet ondertussen m’n hulp nodig? Spieren nodig die stevig, onvervaard, doortastend, een balkje in bedwang kunnen houden?

We proberen ’t evenwicht te behouden in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.