oudejaarsrede

’t Is 12 uur als een merel m’n tuin in hupt. Dat doen merels wel vaker. & Ik ben er ook wel vaker getuige van. Ik zit immers de hele dag in een stoel, misschien op de bank, & om m’n benen te strekken, om m’n gedachten even te laten gaan, sta ik wel ‘ns op & loop naar de tuindeuren.
Ik bewonder dan de vogels die vrijelijk tussen de takken door manoeuvreren. Benoem ze 1 voor 1.
Daar gaat een koolmeesje, dit is een mus, kijk: een winterkoning, & hier komt weer ‘ns een roodborstje voorbij gevlogen.
Een verantwoordelijke taak. Iemand moet in de gaten houden wat er zoal op die paar 4-kante meters achter m’n huis leeft.
Om 12 uur dus komt die merel aanzetten. Op zoek naar voedsel. Da’s hun enige drijfveer momenteel. Ze weten dat ergens tussen die pakken sneeuw hun voer verborgen zit.
Hij trippelt & snuffelt over ’t graf van de kat.
De kat van m’n bovenburen. Een paar maanden dood.
M’n tuin herbergt een herinnering. Een herinnering die wat zwaarder beladen is dan de planten die elk jaar weer afsterven.
Niet dat ik ‘m persoonlijk gekend heb; wel ‘ns gezien, wel ‘ns geaaid, terwijl ik over de vloer was twee etages hoger.
Maar hij ligt daar toch & ik weet dat-ie daar ligt.
Ik wilde dat m’n buren naar buiten konden kijken & konden weten dat daar hun poes lag. Ligt, lag.
Misschien is daar wel extra veel voedsel te vinden voor de merel. Of hij stampt de aarde op ’t graf nog even aan.
12 Uur & de klok tikt verder.
De dooi is ingezet & ’t verleden komt weer boven.
& Straks is wat na dit ‘nu’ gaat gebeuren ook alweer voorbij. Leven is een opeenstapeling van voltooide verleden tijden, maar ergens zoeken we een breuk, een overgang.
Straks neem ik een slok. De slok, noemen ze ’t wel. Hoewel ’t tegenwoordig een capsule is. Nog 20 nachtjes slapen.
Ik was al eerder genezen. Of, m’n lichaam had een poging ondernomen genezen te zijn, te blijven. ’t Hield ’t echter niet vol.
Dat was anders. Dat was een geleidelijke breuk. Een lange tocht & uiteindelijk moest ik beter zijn. Toen was ik minder, daarna werd ik beter. Bovendien heeft ’t niet geholpen, die methode. Ik ben nog steeds minder.
Dus gaan we over op een meer drastische scheiding tussen toen & later.
Binnen een paar minuten zullen de stoffen op de plek in m’n lichaam terecht zijn gekomen waar ze hun werk moeten doen. Ook dat zal niet lang op zich laten wachten. Binnen enkele tellen zou ik genezen kunnen zijn, bij wijze van spreken.
Een redelijke mate van efficiency.
Ik moet alleen nog een weekje thuis zitten bezinnen, wachten tot de radioactiviteit m’n lichaam heeft verlaten.
Ik zie ’t voor ‘t gemak als resten sneeuw, die traag verdwijnen bij dooi.
Als ik m’n tuin in zou lopen zou ik ’t trippeltrappelen van de merel waarschijnlijk kunnen volgen, als sporen van ’t verleden in de sneeuw. Maar ik denk dat die momenten van daarnet, de merel is alweer eventjes weg, verdwenen zijn voordat ’t nieuwe jaar is ingezet.
De kat, die blijft nog wel even. Die zullen we nooit meer zien, maar die blijft nog wel even. Ook als ik er niet meer aan denk, zullen m’n buren wel eens op hun balkon gaan staan.

Eigenlijk is alles in Zijperspace niets meer dan herinnering, ook dat wat later is.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *