pindavelletje

Ik ben gaan bellen. Meteen toen ik er over las. Nou ja, nadat ik ‘t tot me door had laten dringen. Toen de vragen bleven komen.
‘t Is misschien helemaal niet niks. Misschien is ‘t wel iets groots. Een kleine stap voor de mensheid, een reuzenstap voor ‘t universum. & Dan zouden wij zomaar ‘ns vergeten zijn ‘t te boek te stellen.
Dus ben ik gaan bellen. 1st Met iemand die verstand had van de zwaartekracht & alles wat daarmee zou kunnen samenhangen. Hoe snel valt ‘t harde velletje van zo’n pelpinda, vroeg ik ‘m. Erbij aangetekend dat er waarschijnlijk windkracht 4 staat & ‘t 1 meter moet dalen voor ‘t ’t wateroppervlak raakt.
Die man wist niet waar ik ‘t over had. Daar hield-ie zich niet mee bezig, zei hij. Dus vroeg ik ‘m hoe ik dat zelf kon berekenen.
Hij droeg me diagonaalberekeningen aan, rotatiesnelheden, bracht me Pythagoras in herinnering, vertelde over een appel die van een boom viel, over de maan, de zon & andere hemellichamen die invloed op onze gesteldheid hebben & eindigde met een kort college over de cohesie van watermoleculen.
‘t Lijkt zo onbelangrijk, maar ‘t moet toch een effect hebben. Ze hebben toch ook zo’n zinnetje dat de vleugelslag van een vlinder ergens ter wereld ervoor gezorgd kan hebben dat wij hier een depressie hebben. Waarom zou ik me dan niet om iets anders druk mogen maken?
Lees je wel ‘ns over hoe iemand naar de wc gaat? Wat-ie daar doet? Heb je een realistische roman in je handen, maar de hoofdpersonen weigeren om gebruik te maken van ‘t toilet. Stel dat ‘t enige wat overblijft van de mensheid onze romans zijn, de verliterarisering van ’t menselijk leven, & een buitenaards wezen weet dat te ontcijferen, dan komt-ie nooit te weten dat we ook nog af & toe in een klein kamertje ons terug trokken om vanuit onze achterste overwegend bruine derrie af te scheiden.
Ja, ik vind ‘t zelf ook eigenlijk wel te vies om over te praten, ik zal zeker niet de 1e zijn die deze materie voor ‘t nageslacht vast zal leggen, maar ‘t is wel juist die omissie die me aan ‘t denken heeft gezet toen ik dat boekje las.
Dus die man staat op een veerpont, tussen Amsterdam Noord & Amsterdam Centrum waarschijnlijk, & onderweg gooit-ie de pindavelletjes overboord. Waar gaan die harde pindavelletjes heen? & Waar blijft ‘t & voor hoelang?
Ik heb een bioloog aan de lijn gehad. Ik heb ‘m laten vertellen over vleeseters, krabben, algen, biotopen & oost-europese import, alles wat ‘m maar te binnen schoot. Wie zou zo’n voormalig hulsel van een exotische vrucht tegen kunnen komen, droeg ik ‘m aan, wie zou ’t interessant vinden om er even aan te snuffelen? & Als ’t dan op de bodem van ’t IJ blijft liggen, welke microscopische cultuur zal ‘m dan gaan overdekken, zal-ie groen gaan zien, of grijs, zal-ie haren krijgen, of binnen de kortste keren uiteen vallen & met de stroom wegvlieden als niet meer te herkennen onderdelen van een voormalig buitenwandig skelet.
Skelet moet ik niet gebruiken, zei de man, dat moest ik toch in een ander perspectief zien, wist-ie, hoewel de pinda niet bepaald zijn vakgebied te noemen was.
Maar een pindaschil valt, legde ik ‘m nogmaals uit, komt in ’t water terecht, zal op een gegeven moment zinken, als-ie al niet door een nieuwsgierig al dan niet inheems beest op ’t wateroppervlak is aangetroffen & zal gedurende de tijd uiteen vallen, geleidelijk aan opgegeten worden, misschien wel door kolonies van microscopisch klein ongedierte, wederom uitgepoept door ‘tzelfde ras, kunt u mij ’t einde van ’t verhaal vertellen misschien?

Waar begint ’t volgende hoofdstuk in hemelsnaam van Zijperspace?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *