plattegrond

Door m’n vader heb ik ook plattegronden leren waarderen. kaarten van paden, wegen, eilanden & steden. Maar vooral die van wandelpaden. Want niets is er mooier dan een overzichtskaart met een schaal van 1:25.000.

M’n vader verzamelde ze op een gegeven moment rechtopstaand in bakken op zolder. Gerangschikt naar land, & vervolgens naar kaartnr. Zoals je ze ook terug kan vinden in de winkel Pied à Terrre: dezelfde soort bakken (alleen wat dieper, dus uitgebreider), dezelfde manier van categoriseren.
De kaarten van m’n vader staan vast nog steeds op zolder. Niemand gebruikt ze nog. Er is niemand ze tegenwoordig nog nodig heeft.

Ik bekijk m’n eigen kaarten echter ook nog maar amper. Alleen als ik weer de herinnering wil ophalen, of aan iemand wil uitleggen waar ik geweest ben. Zo 1 keer in de 2 jaar. Soms ook wel om te kijken waar ik naar toe wil op vakantie: misschien een vervolg op ’t reeds afgelegde pad?

M’n vader was zuinig op z’n kaarten. Voordat hij er mee op vakantie ging, plastificeerde hij ze allemaal. Zeer zorgvuldig, zonder luchtbelletjes. Waarna hij ze terugvouwde in de oorspronkelijke vorm. Platgedrukt, zodat ze niet te veel ruimte in beslag zouden nemen, werden ze dan opgeborgen tot gebruik.
Alle kaarten die de eerstvolgende vakantie noodzakelijk waren voor mogelijke wandeltochten ondergingen een dergelijke behandeling. Achter de plank, in de stoel waar m’n vader altijd zat, volvoerde hij deze klus. & Stiekem bekeek-ie alvast de stippellijntjes die aantrekkelijk dun afgedrukt stonden temidden van ’t vele groen. Op zoek naar toekomstige wandelingen. Die hij van plan was te ondernemen met z’n zoons.

Groen is 1 van de meest aantrekkelijke aspekten van een kaart. Groen doet me overdonderen van een veelheid aan natuur. Een veelheid aan onvindbaarheid; opgenomen te worden in de rest van de wereld, waar niemand weet van heeft dat ik daar ben. & Ik waan me al op de plek die de kaart verhaalt dmv duidingen met tekens. Temidden van bomen, aangegeven in ’t groen, die laag overhangen & hoog overal bovenuit torenen; & onvindbare paden, omringd door ’t groen, die kronkelen tussen heuvel & water, langs tra & zompig nat.
Met dat groen van de kaart zie ik de 1e wegen, die nog door mij betreden moeten worden, reeds ontstaan. Ik zie ze in de vorm van stippellijntjes bochtje voor bochtje zichzelf een weg banen, dan weer snel omhoog gedreven door altitude-cirkels, dan weer sukkelend langzaam omlaag.

Als we 1maal onderweg waren, vond m’n vader ’t zo af & toe goed dat iemand anders de kaart vasthield. Zolang hij wist dat we de goede weg gingen. Eigenlijk wilde hij ’t liever niet. Liever had-ie ’t vastgeklemd tussen ’t hengsel van de schoudertas & z’n borst. Of, maar dat verboden wij ‘m weer, vastgeklemd achter de riem van z’n korte broek. Stel je voor dat we iemand anders tegenkwamen, hielden we ‘m voor. Waarna hij zich lacherig nergens wat van aantrok. Totdat we weigerden verder te gaan.

Uiteindelijk had m’n vader de kaart, de geplastificeerde kaart, vooral nodig ter bescherming van zichzelf. Muggen & ander steekgerei hadden ’t vooral op hem gemunt. Hij zwiepte met de kaart de insekten weg, die zijn bloed nou 1maal lekkerder vonden dan die van z’n zoons. Of hij zwiepte ze dood, als ze reeds plaatsgenomen hadden voor een aangename maaltijd.

Wie weet hoe de kaart van Zijperspace er uit ziet zonder hem?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *