prijzenkast

Ik was nog maar net m’n huis binnengetreden, m’n rugzak af, ’t knopje aan, m’n sweater met capuchon uit, wat vlees in de vriezer, voordat ’t zou bederven, de datum was al zo kort, vandaar die extra korting op deze verpakking, m’n pet aan de kapstok, m’n sweater zonder capuchon aan, voor de behaaglijke ik-voel-me-thuis-warmte, m’n sloffen aangeschoven (sloffen trek je niet aan, ben ik sinds een paar maanden achter, daar schuif je in, dit in ieder geval bij de juiste sloffen), m’n gsm weer aan de voeding, ’t commando ‘verbinding maken’ ingetoetst of ik ontdekte dat er over me geouwehoerd werd op ’t internet.
Ik had niet anders verwacht na dat telefoontje van vanochtend.

Hij vroeg me of-ie bepaalde dingen mocht vermelden. & Ik zei ja.
‘Ja. Ik wil natuurlijk wel gelezen worden.’
Vooral niet te moeilijk doen. Wie wil schrijven moet ook gelezen willen worden. Zeker degeen die gepubliceerd wil worden. & Als je je naam verkondigt via internet, dan ben je al bij voorbaat dermate publiciteitsgeil dat je die fase van twijfel bij een toevallig kort telefonisch gesprek allang al voorbij moet zijn. Met 2500 stukken tekst achter je naam staan (oeps, 2501 inmiddels) (oeps, vergeet ik m’n aankondiging van m’n korte vakantie erbij te rekenen: 2502) (de tijd gaat snel, m’n pen houdt ’t vlieden ervan niet meer bij) heb je geen reden tot klagen als er mensen bereid blijken voor niets of niemendal & geheel vrijwillig bovendien je naam te controleren op leesbaarheid.

Naam, hoor ik iemand zeggen, naam?
Ja, men moet immers op m’n naam, de naam van dit onderkomen hier, klikken vooraleer men kan lezen wat er door mij geboden wordt. Zo werkt ’t internet, zo heet ’t dat ’t verschijnsel linken ‘t 1 met ’t ander te verbindt.

Mevrouwtje, ’t wordt nog leuker (mevrouwtje m’n mevrouwtje, was al op de hoogte van ‘tgeen mij vanochtend telefonisch was meegedeeld; ik had geprobeerd ’t geheim te houden tot wij tezamen onze lunch zouden verorberen, tussen de happen door zogezegd zou ik uit de doeken doen, ondertussen flink spetterend met kruimels & klonters kaas, waar ik voor in aanmerking was gekomen, maar zij stond er op dat ik na ’t heimelijk glimpen middels een tipje van de sluier haar de gehele waarheid & niets dan zou melden): ik sta samen met K. Schippers, Gerbrand Bakker, Esther Jansma, Mark Boog, Oskar Patior, Jan-Willem Anker, Floortje Zwigtman, Geraldine Brooks & Peter van Gestel op een pagina vermeld. De prijswinnaars van de afgelopen tijd (respectievelijk Libris Literatuurprijs, Gouden Ezelsoor, A. Roland Holstpenning, VSB Poëzieprijs, Georg Büchner Preis, Jo Peters PoëziePrijs, Gouden Zoen, Pullitzer Prize & Theo Thijssen-prijs). Ook met een stelletje overleden schrijvers, zoals Reve, Toer, Höweler, Marug, Spark, da’s minder leuk, maar toch mooi in 1 adem genoemd met heel wat van die literaire grootheden!
Daarom heb ik van de doden maar hun voornamen weggelaten, anders was ’t niet in 1 keer m’n strot uitgekomen. Ik heb ’t voor de spiegel geoefend, & ik merkte al snel dat ik schrappen moest. Straks word ik in een bieb uitgenodigd, moet ik verhalen vertellen die ik al geschreven heb, worden er verzoeknrs ingebracht, ach toe nou schrijver, geachte schrijver, vertel nou nog ‘ns van dat moment dat u uw allereerste prijs in ontvangst mocht nemen & dan sta ik daar met moeilijke namen, allang vergeten namen van mensen die lang & breed vergaan zijn, verbrand desnoods & ik ’t lukt mij maar niet om hun namen zonder stotteren of haspelen (er zijn mensen die beweren dat dat ‘tzelfde is) ten volle uit te spreken.
Bovendien zouden te veel namen de hoeveelheid eer alleen maar degraderen. Iedereen kan de hele tijd wel prijzen winnen.

Dus moet ik ’t hierbij laten.

Nog even zorgvuldig een zin kiezen met daar ’t traditionele Zijperspace er in & ik kan de boel de boel laten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *