treinpraat

Ik heb netjes m’n schoenen uitgedaan. Da’s de enige manier waarop je een goedkeurende blik van de conducteur kunt verdienen. Tevens de manier om een beetje huiselijkheid in een trein te creëren, je eigen domein.
Ik had ook m’n koptelefoon op kunnen doen, maar weet niet of dat bij deze dame geholpen had. Ze had waarschijnlijk evengoed wel gepraat, iets te zeggen gehad.
Van achter kwamen de belgische meisjes. De voorste vroeg vriendelijk aan de man die juist wilde gaan zitten of zij met z’n 4-en van deze plek gebruik mochten maken. Toen viel ’t me pas op dat ’t hier op Schiphol wel ‘ns druk zou kunnen worden. Maar vooralsnog zat ik in m’n 1tje, m’n sokken nog steeds op de bank tegenover me.

‘Jongeman,’ klonk ’t toen.
& Ik haalde onmiddellijk m’n voeten voor de oude dame weg. Meer heeft iemand die voorbereid is niet nodig.
‘Maar jong ben ik al niet meer,’ voegde ik er aan toe.
‘Ik kan moeilijk ‘oude man’ tegen u zeggen,’ zei de vrouw terwijl ze zich met moeite in de hoek tegenover me installeerde. ‘Of ‘man’.’
Ik zocht in m’n hoofd kort naar alternatieven, maar kon ze zo snel niet vinden.
‘Is ’t makkelijker dat ik m’n tas op de grond laat of zal ik ‘m naast me zetten?’ vroeg ze toen ze zat.
Ik pakte ‘m voor haar op & zette ‘m naast haar neer.

‘Gaat u in de Ardennen wandelen?’
Ze had haar blik op m’n schoenen gevestigd.
Die draag ik elke dag, dacht ik. Ze had zich beter op m’n rugzak kunnen concentreren.
‘Nee, in Nederland. Aan de grens. Af & toe ga ik de grens over naar België, maar ook snel weer terug.’
Ze kwam weer overeind. Ik voelde de belgische meisjes meekijken. Hun naam was gevallen, ’t stond vrij belangstelling te hebben. Ik keek snel opzij, naar degene die schuin tegenover me zat. Ik had ’t plekje ongegeneerd kijken naar de mooiste van de 4. Onze blikken kruisten elkaar.
‘Ik had ook zulke bergschoenen,’ ging de dame verder, ‘in Oostenrijk, afgelopen winter. Je glijdt niet zo snel weg, met zulk profiel.’
Ik zag mezelf weg glibberen tijdens m’n werk, achter de bar, wilde haar pret echter niet bederven.
‘M’n man & ik hielden van wandelen. & Van Oostenrijk.’
‘Eigenlijk zijn ’t wandelschoenen,’ zei ik, ‘maar wel met profiel.’
Haar stok viel met een klap op de grond. Ik wilde al naar voren reiken, maar zag dat haar benen mijn hulpvaardigheid blokkeerden.
‘Die valt de hele tijd,’ zei ze laconiek & liet ‘m ook liggen.
& Iets wat al ligt, kan niet nogmaals vallen, voegde ik haar in gedachten toe.

‘We trokken altijd de bergen in om te wandelen,’ vertelde de dame.
Ik dacht aan m’n vader.
‘Nou ja,’ ging ze verder, ‘ik bleef vaak bij de tent.’
Ik dacht aan m’n moeder.
‘Maar tegenwoordig gaat ’t niet meer.’
Ze wees naar haar benen.
‘Ik heb afgelopen winter in Oostenrijk nog een rondje proberen te lopen, maar dat ging dus niet. Dat komt door de dood van m’n dochter.’

‘Waar is uw dochter aan overleden?’ vroeg ik na een tijdje.
We waren inmiddels vertrouwd met elkaar. Ik was halverwege haar leeftijd, haar man was dood, haar dochter 5 maanden later, mijn vader 2 jaar geleden.
‘Aan kanker, net als m’n man. Ik had 1st hém verzorgd, toen ben ik meteen doorgegaan met m’n dochter. Daar heb ik m’n benen aan overgehouden.’
Ze haalde haar schouders op.
‘Ik kan wel denken: als ik ’t niet gedaan had, was ’t dan beter geweest, had m’n dochter dan korter geleefd?’
‘Maar een mens kan beter niet achteruit leven,’ zei ik wijs, ‘& nog leven wat in de toekomst ligt.’
Ik voelde dat ’t bij haar paste.

M’n telefoon ging. Een sms-je.
‘Je vriendin,’ wees ze naar ’t toestel.
‘O, dat is een sms-je,’ zei ik. ‘Dat kan wel wachten.’
Ik vroeg me af hoe ze kon weten dat ik een vriendin had, keek ondertussen toch maar naar ’t schermpje van m’n gsm.
‘De volgende nrs hebben geen bericht achtergelaten.’
‘Ik ga toch maar even bellen,’ zei ik.
Dat gaf haar ondertussen de gelegenheid met haar toestelletje een taxi te bellen.
Terwijl ik met Roswitha sprak, moest zij tot 3 maal toe de locatie herhalen.
‘Ik stap uit op ’t station van Roosendaal,’ schalde ’t bij de 3e keer door de trein.
Toen we beiden hadden opgehangen vertelde ze dat ze niet gelovig was, hoewel ze wel zo was opgevoed.

Net zo gelovig als in Zijperspace, dacht ik.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *