roadmovie

Ik ben een man van impulsen. Dwangmatige impulsen, als die samenstelling zou kunnen bestaan, daar twijfel ik ff over. Ik sta op, bedenk dat ik de dag ervoor een zeer positieve recensie heb gelezen over een boek, & besluit na m’n ontbijt ’t huis speciaal daarvoor te verlaten. Ong zoals met ’t Groot Synoniemenwoordenboek, u zult ’t zich vast nog wel herinneren, maar dan niet met als uitgangspunt dat ik toch geld zat heb. ’t Zou zelfs best wel kunnen dat pinnen geweigerd wordt; ’t idee & de kooplust zitten echter al in m’n hoofd. Ik zal er op uit moeten.

Ik hanteer ook dezelfde volgorde van boekhandels als bij de synoniemenwoordenboekspeurtocht. 1st Ga ik dus naar ’t zaakje om de hoek, waar de dame ditmaal metéén in de comp gaat staren.
‘Hé, kijk uit hè,’ denk ik, ‘ik ben niet van plan te gaan wachten tot jullie de bestelling binnenkrijgen. Ik ben nl dwangmatig impulsief (ik heb besloten dat de samenstelling in ieder geval voor mij bestaat) & wil ’t nú. Of anders zodirekt. Dan betrek ik ’t van een andere boekzaak. Waar ze niet suffig voor zich uitkijken als ik de naam ‘Wiene’ noem.’

M’n hart gaat sneller kloppen als ik wederom ’t zaterdagmorgense verkoopmeisje aantref in de winkel in de Utrechtsestraat.
‘Niet naar haar kijken,’ repeteer ik in mezelf, ‘niet naar de glimlach kijken, niet naar haar stem luisteren.’
‘Wiene?’ vraag ik, ”Nestor’ van Wiene.’
‘Nee, die hebben we nog niet.’
Oh, ’t is een heerlijke zaterdagmorgen-fietstocht op zoek naar een boek, denk ik tot mezelf te verzuchten, maar ik blijk ’t al luidop als mededeling met glimlach tot ’t meisje te richten. Ach, blijkbaar spreekt daar zo’n joie de vivre uit dat ’t meisje haar gouden glimlach tevoorschijn tovert. Snel wegwezen.

Ik wil ’t nog niet geheel bekennen bij mezelf, wederom zitting nemend op m’n fiets, maar ’t begint een slepende kwestie te worden. In boekwinkels werken gewoon mensen die niet weten wat ze verkopen. Die te laat hun boeken bestellen. Geen idee hebben van wat er verschijnt & wie ’t geschreven heeft. De boekwinkel bestaat bij de gratie van de klant die weet wat-ie leest, niet van de verkoper die er verstand van heeft. Dat laatste lijkt een contradictio in terminis.

Dan maar mezelf nog een stuk verder van huis wegslepen. Naar de winkel op de hoek van de Singel. Daar geven ze tenminste altijd toe dat ze een boek nog niet gelezen hebben, maar weten ze wel de juiste recensies tevoorschijn te toveren. Zonder ’t boek overigens, in dit geval.
Maar de dame heeft een goed advies: ‘Wij krijgen dinsdag pas weer geleverd. Bij Scheltema krijgen ze zelfs zaterdag nog een levering. Dus je hebt een goede kans dat-ie daar aanwezig is.’

De verkoper aldaar weet m’n vraagstelling eindelijk te verbeteren.
‘Oh, u bedoelt ’t nieuwe boek van Wiener. L.H. Wiener.’
Met de ‘r’ aan ’t eind. Hoe vaak heb ik z’n naam vandaag al genoemd zonder ‘r’? Hoe hard moest ’t meisje lachen van de 2e winkel? Hoe vaak heeft men bij ’t speuren naar ’t boek de naam op de juiste manier tegen mij uitgesproken, zonder dat dat tot mij doordrong?

Ik & m’n boek, begeleid door m’n dwangmatige impulsiviteit, ondernemen de weg naar huis. Een lange weg. Toch zeker 10 minuten op de fiets. & Dan kies ik nog wel de kortste route: tegen de richting in over ’t fietspad.
Dat laatste verwacht een vrouwelijke voetganger, die we onderweg tegenkomen, natuurlijk niet. Ze schrikt vlak voor ze wilt oversteken, terwijl ik op een afstand van meer dan 10 meter aan kom rijden, struikelt daardoor over de stoeprand, terwijl ze eigenlijk stil wilde staan, & versperd vervolgens met haar languitgestrekte lichaam de weg.
‘Gaat ‘t?’ vragen ik & een clubje toegesnelde voorbijgangers.
‘Ik geloof dat ’t er spectaculairder uitzag dan dat ’t uiteindelijk voelt,’ zegt ze laconiek terwijl ze opkrabbelt.
‘Ha, ze heeft ’t over boekenwinkels,’ laat ik mezelf toe te denken.

Vervolgens was Zijperspace een tijd lang onbereikbaar.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *