Spieren

Gisteravond heb ik een lijst samengesteld. Puur alleen om af te kunnen vinken.
Ze hadden gezegd dat ’t prettig is om resultaat te zien. Wegstrepen van klusjes, taken of andere obstakels. Een normaal mens zou ze allemaal onder 1 noemer vatten; ik zie er verschil in. Hoewel de hindernis om iets daarvan op te pakken bij alle verschillende noemers even zwaar weegt.

Volgende tip was om ze op te delen in kleine stukjes. M’n buurvrouw had ’t me al eens verteld, vlak voordat ik de ‘cursus’ in ging.
Bleek ze nog gelijk te hebben ook.
Misschien hadden ze daarmee moeten beginnen. Had ik best bij de evaluatie kunnen voorstellen.
Tegelijkertijd was er al zo veel te vertellen voor ze, & dan hadden we ook nog allemaal ons eigen verhaal dat door ’t ventiel moest met slechts ruimte voor 1½ uur.

Gisteren dus alles opgehoest & de spetters in m’n zogenaamde notitieboek opgeschreven. Speciaal aangepast dit keer. Ik moest veren in m’n reet krijgen, veren van vinken, de wegvinken in dit geval.
In die mate aangepast dat ik alles in kleine partjes heb gedeeld. Dat ik m’n camera voor reparatie moet versturen werd 1st een telefoontje, vervolgens de aankoopbon plus genoteerde mankementen uitprinten, waarna de toch richting postkantoor zou volgen.
Hoewel bij dat laatste stukje vertraging ontstond. Ik wist niet of een postkantoor nog wel een postkantoor genoemd mocht worden. Paralyse in mijn actiebereidheid heb ik voorkomen door nog even te blijven hangen in deel 2 van dit samengestelde takenpakket.

2 Vinken zijn in ieder geval gezet. Des te roder die kleuren tov de rest van de tekst des te meer voldoening rijst in m’n borst.

Ze hebben me uitgelegd dat wij niet zoals anderen spieren hebben om onze hersenen te instrueren in actie te komen.
Ik realiseerde  me dat opnieuw toen ik voorbij de wasbak liep vanochtend.
‘Dat moet ik nog doen,’ is op zo’n moment de vanzelfsprekende gedachte, net als bij ieder ander, maar tijdens ’t voorbijgaan denkt er geen enkel onderdeel van m’n lichaam er aan om ’t dan ook maar meteen te doen.
M’n hoofd, m’n ik, m’n bewustzijn, die allemaal wel. Die weten ’t dondersgoed. De rest niet.

& Dan mag ik wel zo’n afvinklijst hebben, een agenda ook, notitieboek in wat mindere mate omdat dat me nou weer net een stap te ver is, maar dan moet ik toch ergens motivatie vandaan zien te halen om te gaan kijken wat er nog allemaal op staat. Of wat er nog bij moet.
’t Voelt echter goed om de kleur rood ervoor gekozen te hebben. Rood zegt nl dat je dat beter niet kan aanraken. Afblijven. Niet proberen daar door te gaan.
Poeh, dan heb ik gelijk geen zin meer om naar dergelijke dingen te kijken. Dan werp ik wel een blik op dat waar geen rode vink achter staat.

& Dan denk ik dat als ik nog 1 stapje doe ik toch weer 1 stapje verder ben. & Gek is dan te beseffen dat de enige spiertjes die ik dan nog nodig heb ’t de tikspieren in m’n vingers zijn die op de toetsen alle rode V-tjes richting beeldscherm kunnen trommelen.

& Zijperspace is weer net zo’n stukje verder richting ’t onmogelijke maar mogelijk lijkende einde.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.