tegengekomen

‘Ik heb een vriend,’ zei hij lief, zacht en dromerig. ‘Zo eentje heb ik altijd al willen hebben.’

‘Jaren lang heb ik enkel door het raam zitten staren, ik keek alleen als er een jongen voorbij liep. Al vanuit de verte dacht ik dan: dat zou hem kunnen zijn, nu kan mijn wens in vervulling gaan. Maar altijd bleek het een teleurstelling: óf het was een meisje, óf het was een zelfverzekerde casanova, óf hij bleek de zoon van de pastoor te zijn. Geen van drieën had ik nodig, dan had ik nog liever niks.’

‘En elk jaar vroeg ik voor mijn verjaardag een lieve, zachte, dromerige jongen. Natuurlijk schreef ik dat niet zó op, want dat kunnen tantes meestal niet zo goed begrijpen. Ik maakte er een spelletje van om het voor mijn ouders zo duidelijk en voor mijn tantes zo vaag mogelijk te omschrijven. Maar ook dit liep steeds weer op een mislukking uit. Mijn ouders gaven me elk jaar weer een teddybeer of een Jan Klaassenpop, die 2 dagen later toch totaal “versleten” zou zijn.’

En elk jaar kostte het me meer moeite om ze uit elkaar te halen, want ze kochten ze steeds van betere kwaliteit dan het jaar daarvoor.’

Kan me niet voorstellen dat ik dit ooit heb geschreven, maar ’t staat toch echt in m’n dagboek van 18 jaar geleden.
Mocht men denken: dit heb ik eerder gelezen, laat ’t dan vooral weten. Wie weet kom ik er zodoende achter wat mij toendertijd bezighield.

Of wellicht bestond Zijperspace toen reeds slechts bij de gratie van 1.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.