tonbom

Er kwam een man aan tafel zitten. Hij was nog maar net op ’t festival gearriveerd. Ik was al 2 dagen doorgewinterd. Ook al droop ‘t zweet vanwege de heetste zomer van de eeuw tot dan toe in stralen over m’n gehele lichaam. Dat laat nooit zo’n goede 1e indruk achter, dacht ik nog.
Hij bekeek de lijst.
‘Ton,’ zei hij. ‘Ton?’
Dat laatste om z’n eigen gedachtes nog ‘ns te benadrukken. Voor zichzelf. Nog wat harder z’n hersenen in laten dreunen.
‘You must be Ton,’ zei hij vervolgens mijn kant op.
Ik knikte. Doorgewinterd, zoals ik al zei. Ik had immers al 2 dagen bier staan sjouwen, bierspandoeken opgehangen, bierkoelers gevuld, bierpraatjes gemaakt, bier gedronken & was 2 nachten achtereen van bier rozig & moe in slaap gevallen. Ik kende ’t terrein. Al 2 dagen lang.
Dat zag de man waarschijnlijk ik m’n ogen.
‘Solid name,’ zei hij. ‘Scary, a bit.’
& Ik zette m’n meest enge gezicht op: ik lachte ‘m toe, genegen om meer te horen.
‘Not Tony?’ probeerde hij nog.
Maar ik moest dat ontkennen. Om ‘m tegemoet te komen, sprak ik m’n naam zo hollands mogelijk uit.
‘Ton. Ton. Ton.’
Korter kon ’t niet.

Dus die naam mag er wel wezen. Zeker met ’t achtereind. Maar daar lette die Engelsman niet op. Waarschijnlijk omdat de uitspraak daarvan te hoog gegrepen was voor hem.
Siep. ZZZieeep. Saipe. Zoip. Zaippie. Sjipp.
Dan viel de lange ‘o’ in Ton nog mee.
Ik heb jarenlang de franse uitspraak in m’n hoofd gehouden. Elke keer als ik me moest voorstellen, nieuwe klas, nieuwe leerlingen, kwam ’t beeld van de campingactiviteitencommissie mij voor ogen, ’t meisje dat de namen opnoemde: ‘To’ Ziieepp?’
‘Oui,’ antwoordde ik in vloeiend Frans.

Dus liet ik me Ton noemen. Om niet te veel afgeleid te worden.
Tonnieboy. Tonino. Mon Bon Ton. Ton sur Ton.
Maakte niet uit. Ik luisterde evengoed wel. Als de persoon die ’t zei me maar aanstond.
Vrouwen hadden daarbij de voorkeur. Dat klonk altijd goed.

Ton dus.
Naarmate ik ouder word meer Ton.
Ook al werd er op een gegeven moment iemand bang.
‘Ik vind ’t wel heel kordaat,’ zei dat meisje. ‘Toen ik je op de lijst zag staan, dacht ik: o jee.’
Dat dacht ze.
Waarna ’t een jaar duurde voordat ze me hierover aan durfde spreken.
Bleek ’t ook door m’n achternaam te komen.
‘Ja, ’t is zo kort!’ jeremieerde ze.
Ik zei dat ze me dan ook bij zowel m’n voor- als m’n achternaam mocht noemen. Ton Zijp. Toch 2 lettergrepen. Ton Zijp.
Maar daar trapte ze niet in. Ze werd dan ook nooit verliefd op me. Daar stuurde ze haar vriendinnen voor op me af.

Nu ben ik echter niet meer nr 1. Terwijl er eigenlijk niemand zo erg Ton heet als ik.
Ton.
Ik zeg ’t nog maar een keer. Om u ervan te laten doordringen.
Ton.
Zie je, er is bijna niemand zo volledig Ton, als ik.
M’n vader zei dat ik een ton was toen ik geboren werd.
‘Je zag er zo bol & rond uit, dat moest wel Ton worden.’
Gelogen, maar waar.

Niet meer nr 1 dus.
Nu luidt mijn verzoek, aan iedereen met een website, om ergens stiekem in een hoekje, of volledig op de voorgrond, al naar gelang men ’t niet kan laten, mij te linken.
Men noemt ’t ook wel googlebomben.
Hoewel dit anders is. Ik hoef nl niet als iets anders gedefinieerd te worden dan dat ik tot nu toe bekend sta.
Gewoon Ton.
Ik heb ’t geloof ik al gezegd: gewoon Ton.
Dus: een linkje, naar Zijperspace, met als tekst: Ton.
Dat ik dan weer helemaal op & top Ton ben.

Maar dat had men waarschijnlijk tot ver buiten Zijperspace al begrepen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.