Trekken

Zouden er nog mensen zijn die de paden bewandelen? Die van niet zomaar 1 dag, maar van dagen achtereen. De tent, de slaapzak, ’t matje, ze hobbelen mee van tijdelijke standplaats naar net zo tijdelijk. Of misschien net iets langer, want uitslapen mag op aanvang zomertijd.

Men heeft mij gezegd dat ik niet meer zou mogen tillen. Gelukkig heb ik een wandelkar, dus zou ik slechts hoeven trekken. Ik krijg hooguit spierpijn in heupen of benen.

Ik zou wel willen weten hoe eenzaam de wegen nu zijn. & Of de campings, die waar je ’t groene boekje voor nodig hebt, nog toestaan er te verblijven. Ik heb vaak genoeg als enige op zo’n terrein gestaan, daar had je geen virus voor nodig. Vaak was ik verbaasd dat men eind april/begin mei nog niet op pad had willen gaan & dat de mensen die er niet waren mij daardoor uitzicht boden op ledigheid vervuld van de bloeiende lente & mij. Ik had hooguit te maken met een verbaasde campingbeheerder, die even uit moest vinden hoe ’t water & gas weer aangesloten moest worden voor een warme douchebeurt. & Vertellen waar ’t lichtknopje zit bij de slechtweervoorziening.

Die ontdekkingstocht zou ik wel willen maken, een kleine week lang. Zoeken naar waar de afwezigheid werkelijk zijn intrede heeft gedaan, waar de mens al gestaag uit ’t langetermijnsgeheugen vertrokken is & de voetstappen van schoenen al te diep verzonken zijn door wind, wat spetters & de somtijds op dit vergeten paadje vallende zon.

Als ze me toe zouden staan te reizen is Zweden vast ook een mogelijkheid. Maar dan moet ik daar heen. Een reis is dan wel heel erg definitief weg. & Je weet nooit waar de terugweg begint, of wanneer die aanvangt.
Mensen met heimwee, daar is ’t uitzicht van de thuisreis ’t grootste obstakel. Die blijft nl altijd aanwezig, als een verplichting van er steeds dichterbij te komen, ’t zelfs op je af te zien snellen, met stuivende niets ontziende vaart.

Daarom is ’t beter om gewoon morgen de deur uit te stappen & zonder dat iemand ’t merkt de bewoning achter me te laten, de wegen te mijden & slechts bij een boer te kloppen voor hervulling van de waterfles. Om vervolgens weer verder te zoeken of er nog mensen zijn waar geen anderen zijn. Onderweg als ik.

Op m’n paklijst staat naast ’t gebruikelijke kampeermateriaal 1 brood plus kilo kaas, 2 bevroren maaltijden en bier in blik, 3 powerbanks plus oplaadsnoeren & -stekkers.

Nee, ik ben nog niet weg. De stekkers trekken om contact te handhaven.

Er is al veel heimwee geslopen in ’t verzinnen van vertrekken uit Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.