Vader-aan-moeder-brieven (I)

De Brievendoos

Z’n uithalen bij de ‘g’ & de ‘j’ zijn zwierig. Ze kruizen soms de bovenkrul van de ‘b’, de ‘l’, de ‘k’, de ‘f’ & de ‘h’. Ook wel de spitsige ‘t’ of de scherpe punt van de ‘d’. Dat maakt ’t niet leesbaarder, die brief, aan boord gestempeld op 5 juni 1952. Ik kan ’t grotendeels lezen, omdat ik zelf ook met dergelijke letters heb leren schrijven. M’n vader gebruikt echter wat meer van die zwier, vooral in z’n hoofdletters. De ‘D’ is daarbij prachtig, de ‘H’ heeft een bijna onbegrijpbare inzet van de pen, die wel wat minder had gekund. Maar ik vermoed dat in die tijd niet meer dan normaal & goed leesbaar was.

Een flodderig briefje, voornamelijk te danken aan ’t luchtbriefpapier. Een halve A4. Waarschijnlijk gevouwen volgens de voorschriften, zodat alles wat voorgedrukt was (‘NIETS INSLUITEN! indien zulks toch geschiedt, dan wordt deze brief per boot/trein verzonden’) duidelijk zichtbaar aan de buitenkant terecht komt.
Ik wilde ’t wegen. Maar de weegschaal, die ik doorgaans voor ’t bakken van brood nodig heb, geeft geen aanduidingen lager dan 1 gram; waarschijnlijk dus lager dan de helft daarvan.
Dat kostte 35 cent om in Nederland terecht te komen.

Ik heb een hele doos gekregen. M’n broer Jan had ’t bij ’t opruimen van ’t huis van m’n moeder, ergens gevonden. ‘Gered,’ schreef hij van de week.
Of ik daar wat aan had.

Dat is dus mijn kerstkado.
Moest 1st meegenomen worden met de zoon van Jan naar Schagen. Daarna wachten op de uitslag van de Corona-test. Vanochtend negatief resultaat, dus dat betekende een ‘Go!’ voor de doos, want nu kon zoon zijn zus ophalen vanuit Amsterdam & tegelijkertijd de doos komen afleveren bij mij.

Ik was in ’t Amsterdamse Bos toen Luka me meldde dat vanwege kersteten bij moeder afspreken daar een beetje lang rijden was voor hem vanuit Noord. Hij zou ’t toch maar afleveren bij mij thuis. Aanbellen bij m’n buren?
Ja, 10 min geleden waren er nog 2 thuis, wist ik van binnengekomen berichten.
Maar ondertussen maakte ik vaart om ook weer terug thuis te komen. Ik arriveerde in m’n straat, toen neef & nicht net weer waren opgestart.

Ze hadden de doos niet al te zichtbaar om ’t hoekje, vóór de deur gezet, vertelden ze door ’t raam. ’t Was dus goed dat ik meteen gekomen was, want de buren waren er uiteindelijk niet.
We moesten ons gesprek afbreken, want 1 auto toeterde ons uit onze kerstbesprekingen. ’t Laatste stuk conversatie was een belofte om eens met m’n nicht te gaan wandelen.

De doos plus brieven weegt 1728 gram; de lege doos 132. Buiten de brieven zie ik ook enkele (lege?) enveloppen ertussen zitten, maar met deze cijfers moet er wel een schatting te maken zijn van ’t aantal brieven.

M’n vader was 21 toen de bovenste brief gestempeld werd. M’n moeder moest nog een maand wachten op haar 19e verjaardag. Ze waren verliefd.
M’n vader kon dat beter tonen in geschreven dan gesproken woorden, denk ik. M’n moeder moet hoteldebotel geweest zijn, een kloppend hart bij elke brief die binnenkwam.
Dat zijn vermoedens. Ik weet niet wat verder komen gaat.

Maar er wordt veel prille liefde & grote afstanden verwacht in Zijperspace.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *