Vader-aan-Moeder-brieven (II)

Ik weet nog niet goed wat ik ermee moet, wat ik ermee wil doen. & Welke werkwoordsvorm van de 2 genoemde ik wil laten prevaleren. Wel dat ik er structuur in aan wil brengen, voor mezelf, door elke dag 1 brief te lezen.
Waarbij dan de kans dreigt dat mijn vaders stem gaat overheersen.

Dus ik zoek. Ik laat een brief langzaam tot me doordringen & ben vervolgens een stapje verder in de geschiedenis van m’n ouders. Wellicht betekent ’t een stapje achteruit, omdat ’t verhaal anders gaat dan verwacht of omdat ik maar heel weinig extra informatie krijg.

Vandaag was m’n vader na een verblijf van evengoed hard werken vertrokken uit Sydney & op een afstand van nog 1 dag te varen tot Soerabaja. 27 Juli 1952, de verjaardag van m’n moeder. Ze werd 18.
Gister dacht ik dat m’n moeder van ’32 was, maar dat was dus hij dus. Verjaardagen, geboortejaren, daar ben ik nooit goed in geweest.
M’n vader blijkbaar ook niet. Hij had haar wel even mogen feliciteren. Of een zin mogen wijden aan zijn gedachten aan haar verjaardag.

Ik weet niet wat er in de andere brieven nog te gaan staat. Ik pak gewoon de bovenste. Ze zijn herlezen, op zoek naar bepaalde herinneringen, vervolgens na haar dood doorgenomen, getoond, teruggelegd, kijken wat er nog meer in de doos zat, waarop de volgorde werd verward.
Zo wil ik ze ook lezen. Op de volgorde zoals ze tot me komen. Als puzzelstukjes die hun weg moeten vinden. Een onoverzichtelijk geheel bij aanvang, maar later te voegen naar iets passends.

Mijn vader noteerde dan altijd aan de binnenkant van de doos ’t aantal stukjes dat uiteindelijk bleken te ontbreken, met de datum waarop de puzzel was gelegd. Hij gebruikte daarbij altijd zijn potlood, zodat hij de keer daarop de datum kon verwijderen.

Een enkele keer was er een stukje opnieuw aanwezig in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *