Verlatingsdagboek XXIV

Een gesprek gehad over m’n geestelijke gezondheid.
Hoewel ’t er wat mij betrof niet toe deed of ik op dat moment enigszins geestelijk gezond was. Ik wilde gewoon praten. De rotzooi moest er uit. De methode deed er niet al te veel toe. Als ’t luisterend oor maar genegen was ’t gesprek te sturen.

Maar toch werd ik kwaad.
Wat ik natuurlijk uit moest leggen.
Daarnaast moest ik ook verduidelijken waarom ik op een gegeven moment van ’t 1 op ’t andere moment me niet kon herinneren wat ik bezig was te zeggen.
M’n geheugen is een knipperlicht dat blokkeert bij stress. ’t Is er gewoon niet meer, ’t verlaat m’n hoofd, z’n functioneren, als ’t de precaire zones voelt aangeraakt.

Hoe leg je dat uit? Als je juist bezig bent tot de essentie te komen.
Wat kwaad is in m’n hoofd.
Waar kwaad is dat je slaan bedoelt (wat niet mocht van Pa & Ma) (kwaad & ruzie waren ook taboe) & vanzelfsprekend meervoud wordt (hoe vang je die overgang in de juiste woorden?). Waar ’t daardoor schimmige fantasieën zijn. Van wraak, klap & pets.
& Wat dies meer zij.

Ik legde snel uit dat ik nog nooit had geslagen. Waarbij ik verzweeg dat ik 1 keer (naast de 6-broers-in-1-familie-jongensruzies, maar niets zo vanzelfsprekend als dat op een opgroeiend oppervlakte van boven op elkaars concurrerende lip van zogenaamde honger, aandacht en speelgoed) terugsloeg toen ik met Donald Duckjes & de 100 handen van een ex werd bekogeld. 1 Hand plots die terug deed wat mij werd aangedaan. Maar dan per ongeluk pets raak.
Die voorstelling snel ook weer weggedrukt. Want ik moest eerlijk zijn. Ik had nog nooit geweld gebruikt, maar droomde wel van een klap. Geweld. Snel & direct.
Alleen moest ik bekennen dat ’t petsklapgeweld nooit z’n doel bereikte, niet in mijn hoofd, hoe graag ’t ook wilde.

Toen werd mij gezegd, verteld, uitgelegd zo men wil, dat ik…
Nee, ik moet haar woorden gebruiken.
‘Als je nooit geweld hebt gebruikt, zal je dat in zo’n situatie ook nooit doen. Je moet de fantasie laten voor wat ’t is.’

’t Is een voorstelling, daar in m’n hoofd. Een voorstelling van graagwiltjes die onbereikbaar zijn.
Als een beoogde verre reis met heimwee voor ik de drempel van m’n huis passeer.

Die hand die niet klapt in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *