verleden

Ik weet nu eindelijk wat er met de lichamen is gebeurd die vorig jaar naar beneden vielen. Ik heb ’t niet gezien, ik heb ’t slechts kunnen horen. & Ik heb de blikken op tv kunnen zien van de mensen die in de hal van ’t WTC stonden. Ze schrokken op van ’t geluid. Alsof ze dachten dat er een nieuwe xplosie plaatsvond. Een kleine xplosie, maar een xplosie. Totdat ze gerustgesteld werden door de blik die ze naar buiten wierpen. & Tegelijkertijd verontrust raakten van iets dat de kijker niet kan zien.

Ik heb vandaag zitten praten met Ed. Over Bart, over Leo, over Peter. Over jongens van vroeger. Ook over meisjes van vroeger, de vrouwen die nu de moeder zijn van hun kinderen. Ik vertelde Ed dat ik Bart, Leo & Peter, hun vroegere/huidige vrouwen zelden of nooit zag. Ook al wonen ze bij me in de buurt.
& Ik heb gepraat met Nel, de vroegere ‘stationsdel’, ondertussen kaartjescontroleur. Ze zag er bijna onherkenbaar dik uit, toen ze langskwam om m’n kaartje te checken. Maar ze verklaarde de omvang door te vertellen dat ze de moeder van een inmiddels 5-jarig kind was. Dan is de omvang geoorloofd, denk je dan. Maar ik kon me haar slechts voorstellen als ’t meisje van toen.
Ik heb zitten praten met Quint, m’n broer. Die iedereen kent, mensen die ik allang vergeten ben. Die me steeds weer moet uitleggen wie ook alweer wie was. Of inmiddels is. Quint, de broer die alle namen kent van iedereen die in Den Helder heeft gewoond. Hij levert de achternamen daar gratis bij kado.

’t Leven is dichtbij, ’t leven is veraf. ’t Leven is een mistige verre bank die je in de verte langs de duinen ziet hangen, als je met de trein voorbijtrekt. ’t Is de oorzaak van een benauwd gevoel, een beklemming van een ganse dag.
’t Leven is een donderwolk van witte stofdeeltjes die in een ander continent lichamen bedekt. Restanten van een toren, 2 torens, niets eigenlijk.

Ik moet naar Den Helder, zo af & toe. Ik leg uit aan mensen die ik tegenkom, dat ik m’n vader nog zo vaak mogelijk moet meemaken. Ik vertel dat er nog weinig over is van m’n vaders geheugen.
& Daarnaast luister ik naar m’n vaders reisverslag. Over de avonturen naar & van Lourdes. Ik hoor ’t verhaal aangevuld worden door m’n moeder.
‘Kijk, nou kan je ook zien hoe de Donkere Duinen er uit zien,’ zei hij tegen de pastoor die de reis vergezelde. Terwijl ze uitzicht hadden op ’t bos naast ’t vliegveld van Eindhoven. De Donkere Duinen liggen echter aan de rand van Den Helder.
Hij beschouwt ’t als een grove fout, zegt-ie, maar m’n moeder & ik vinden dat wel meevallen.

& Ik merk dat alles in omgekeerde volgorde plaatsvindt voor de mens. 1st Is er de gebeurtenis. Vervolgens de reconstructie. Waarin alles anders is, anders samenvalt als de werkelijkheid. Precies andersom.
De lichamen vallen omhoog. M’n vader beleeft z’n jeugd. Ik vertel over nu.

Zijperspace heeft ooit bestaan.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.