voederen

Nadat ik ergens hoorde dat ratten moeilijk te bestrijden waren in Amsterdam zolang mensen door bleven gaan met brood te strooien voor vogels, ben ik met die gewoonte gestopt. Kostte me niet zoveel moeite, want ik gunde ’t de duiven toch niet (worden ook wel ‘vliegende ratten’ genoemd, waarbij die benaming refereert aan de mate waarin zij ziektes onder de mensen verspreiden; & wat heb ik een last van duivenvlooien gehad in m’n tijd op de Albert Cuyp).
Wel jammer voor de koolmeesgezinnetjes, die zo vrolijk kwetterend (verbeter me maar, Marc) van tak naar tak duiken, & de mussen (red de mus!) die bij mij in de tuin al een hele tijd niet meer gesignaleerd zijn. Ach ja, die patrijs; dat was zo’n zeldzaam geval, die zal waarschijnlijk nooit meer een Amsterdamse tuin sieren met z’n visite.

Waldkorn, ’t type brood dat ik altijd eet, wordt zo af & toe aangeprezen dmv akties, waarbij de bakker een attentie mee kan geven. Vorig jaar heb ik daardoor al enkele placemats bij de vuilnis moeten gooien. & Ergens diep verborgen in een kast ligt ook nog de muts van ook een jaar geleden. Die zal ik waarschijnlijk nooit durven dragen, ook al is-ie groen, wegens hoge score op de schaal van kleinburgerlijkheidsgehalte.

‘Wil je ook zo’n voederding?’ vroeg vandaag de bakkerszoon licht weifelend. Blijkbaar hadden al velen voor mij de gift niet aangenomen.
‘Voederding?’
‘Voor vogels. Kan je oud brood in stoppen & ophangen.’
Voor m’n daaropvolgende lach word ik beloond met 2 xemplaren voederding. ’t Zou ook kunnen zijn dat-ie van de voederdingen afmoest.

Ik ben verguld. Ik kan me eindelijk weer op een zinnige manier van m’n oud brood ontdoen. De vogeltjes zullen dit zeker waarderen & ik zodoende de aanblik van hen. & Dat resultaat wordt slechts bereikt door 2 stokjes aan een touwtje, waartussen een traliewerk is bevestigd, zodat er brood tussen gestopt kan worden.

Thuisgekomen heb ik onmiddelijk ’t kapje in 1 van de voederdingen (verzin maar ‘ns een andere naam) gestopt & ‘m vervolgens aan de waslijn gehangen. Ik heb er nog geen vogel aan zien hangen, maar ik hoef slechts te wachten tot berichten over mijn vrijgevigheid zich hebben verspreid onder de kleine vogels van de buurt.

Ach ja, die patrijs, die kan er niet bij. Maar dat was zo’n zeldzaam geval, die zal waarschijnlijk nooit meer een Amsterdamse tuin sieren met z’n visite.

We gooien ’t brood nu pas weg als ook de mussen ’t niet meer lusten in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *